Pepe Habichuela
José Antonio Carmona Carmona komt niet uit Jerez, zoals wel José Mercé en Moraíto, maar uit Granada. Generaties lang bracht de Carmona-familie gitaristen voort. De vader en de grootvader waren al gerenommeerde gitaristen. De bijnaam Habichuela komt van de vader wegens zijn tengere lichaamsbouw. 'Pareces una habichuelita' (Je ziet eruit als een sperzieboontje) zeiden de buren, en de (vriendelijke) spotnaam bleef kleven. Pepe erfde die over, zoals ook zijn broers: gitaristen Juan en Carlos, en danser Luis. Zoals ook zijn zoon José Miguel (Josemi), gitarist van de moderne rumba- en salsa-groep Ketama. De drie zusters van Pepe zijn danseressen. Lange tijd was oudste broer Juan Habichuela, nu eenenzeventig, een van de beroemdste begeleidingsgitaristen van Spanje, de meest klassieke ook. Pepe, nu zestig, is niet op evenveel platen te horen als Juan, maar het scheelt weinig. Hij begeleidde immers zangers als Carmen Linares, Enrique Morente, Chaquetón, Pansequito, Sorroche, El Cabrero en anderen. Als solist heeft hij drie cd's op zijn actief, wat niet zoveel is als men zijn leeftijd in acht neemt. "Ik ben lange tijd bang geweest om een gitaarplaat op te nemen", zegt Pepe Habichuela, "want we beleven nu de glorietijd van de gitaar." Bang van de concurrentie van referentiepunten als Paco de Lucía, Serranito, Manolo Sanlúcar, Vicente Amigo? Die vrees bleek al vlug ongefundeerd toen zijn solo-cd's uitgebracht werden, omdat Pepe zich daarop als een erg originele persoonlijkheid openbaarde. Van bij de aanvang (de cd 'A Mandeli', opgedragen aan zijn grootvader, Nuevos Medios 1983) loofden de critici zijn onovertroffen flamencogevoel in de siguiriyas, zijn gedurfde benadering van de rumbas, zijn ritmische opwinding in de alegrías en bulerías, vooral dankzij zijn onweerstaanbare rasgueados, huistechniek van de Habichuela's. Die zo typische rasgueados leerde Pepe van zijn vader, bekend onder de bijnaam Tío José, en zou een vertrouwde techniek zijn in de woonspelonken van de Sacromonte in Granada. Pepe
Habichuela gaf er een persoonlijk cachet aan. De tweede cd, 'En rama' (Nuevos Medios 1997) werd door de pers nog gunstiger onthaald, maar de derde, 'Yerbagüena', opgenomen met de Indiase filmcomponist en violist Chandrú, en de Bollywood Strings, gaf hem een definitieve plaats binnen het nu al uitgebreide terrein van de 'progressieve' flamenco, van de vernieuwers. In de tussentijd had Pepe al andere fusiemogelijkheden verkend, en onder meer met jazzfiguren als Don Cherry en Jaco Pastorius opgetreden.
Met José Mercé aan zijn zijde kan Pepe Habichuela tot 'nieuwe' dingen uitdagen, of hij kan ook heel klassiek overkomen - en in elk geval: heel flamenco. De aficionado's zijn benieuwd.
Laatst gewijzigd op 11/2/2004.