De tekst is geschreven door Anka Herbut, met wie je al langer samenwerkt. Kun je ons iets vertellen over deze schrijfster? Hoe werken jullie samen?
“Anka Herbut en ik ontmoette elkaar tijdens mijn derde voorstelling, Farinelli. Sindsdien hebben we aan een heleboel projecten gewerkt, zowel theater als tentoonstellingen, videokunst, en meer. Haar interdisciplinaire benadering sprak me meteen aan. Ze is een dramaturg in de Duitse zin van het woord, maar ze schrijft ook en is geïnteresseerd in dans. We hebben dezelfde manier van werken: wij richten ons op het proces. We beginnen nooit met een kant-en-klare tekst, maar met een soort laboratoriumsituatie waarin we met de acteurs improviseren en het werk met de camera verkennen. Dan volgt er een grote pauze, waarin we aan de tekst werken. Uiteindelijk proberen we een theatrale kruising te vinden tussen beeldende kunst, film en dans. De tekst is een van de ingrediënten van de voorstelling en even belangrijk als alle andere elementen.”
Op het toneel spreken de acteurs Lets, Chinees, Engels, maar geen Pools, uw moedertaal ...
“Ooit vroeg iemand aan Beckett (Ierse toneelschrijver en dichter, red.), die toen al lange tijd in Frankrijk woonde en in het Frans schreef, of het Frans zijn moedertaal was geworden. Becketts antwoord begrijp ik heel goed: dat de Franse taal voor hem net zo'n een vreemde taal is als het Engels of welke andere taal ook. Dat gevoel heb ik ook met het Pools – ik kan niet zeggen dat het "mijn" taal is. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat ik al heel lang veel tijd in het buitenland doorbreng, thuis spreken we ook geen Pools, maar ook daarvoor had ik weinig vertrouwen in die taal. Ik beschouw het Pools als niets meer dan een communicatiemiddel, ik kan er niet soepel mijn ideeën in tot uitdrukking brengen. En bovendien, wanneer je met z’n allen in een vreemde taal werkt, heeft iedereen dezelfde uitgangspositie, omdat het niemands moedertaal is. Dat maakt een andere manier van communiceren mogelijk. Op de een of andere manier voel ik me daar prettiger bij dan bij mijn moedertaal.”
Film neemt op het podium veel ruimte in: op drie schermen worden verschillende soorten beelden getoond. Hoe gebruik je video in je werk?
“Video maakt al vijftien jaar deel uit van ons werk, telkens in een andere vorm, maar ROHTKO is ons meest filmische theaterproject. Ik heb me altijd afgevraagd: welke verbinding kunnen we leggen met een beeld, in film of in fotografie? Hoe verandert het verhaal wanneer een beeld op het podium verschijnt, aangezien het een andere kijk op de wereld biedt, een andere illusie? Het heeft iets magisch... Je legt iets vast, en dat kleine fragment van werkelijkheid draagt de belofte van een oneindige wereld die het vertegenwoordigt. Op het podium hebben we alleen wat hier en nu getoond wordt. Met andere woorden: het gefilmde fragment belooft ons dat het doorgaat en dat alles wat verborgen is, alles wat buiten het gefilmde tijdskader valt, dat dat niet stopt. In ROHTKO suggereert het filmische narratief dat er veel meer is dan we zien, maar deze suggestie wordt weerlegd doordat we op het podium ook zien hoe dat verhaal tot stand komt. Die spanning raakt direct de vraag over origineel en kopie, waarheid en onwaarheid (‘fake is real’), die centraal staat in het stuk. Bovendien stelt de video ons in staat nader in te gaan op digitale kunst, en de waarde ervan te bevragen.”
Raphaëlle Tchamitchian
Dit interview is afgenomen in september 2023 voor l'Odéon-Théâtre de l'Europe.