Hans-Ulrich Obrist
Hans-Ulrich Obrist studeerde economie en politieke wetenschappen, voordat hij zich aan de hedendaagse kunst ging wijden. In 1992 richtte hij in Zwitserland het Robert Walser Museum op en startte hij in het Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris de tentoonstellingenreeks 'Migrateur' op. Hij is professor aan de architectuurfaculteit van de universiteit van Venetië IUVA, correspondent van het Italiaanse tijdschrift 'domus' en hoofdredacteur van het gratis magazine 'point d'ironie' van agnes.b. Tot zijn projecten behoren onder andere de tentoonstellingen 'Küchenausstellung', St. Gallen (1991); 'Gerhard Richter', Nietzsche Haus, Sils-Maria (1992), de reizende tentoonstellingen 'Do-it' en 'Cities on the Move' (sinds 1994), de eerste Berlin Biennale (samen met Klaus Biesenbach en Nancy Spector, 1998), 'Mutations: Evenement culturel sur la ville contemporaine', Arc en Rêve, Bordeaux (samen met R. Koolhaas, S. Kwinter, S. Boeri, 2000); 'Utopia Station', biënnale van Venetië (samen met Molly Nesbit en Rikrit Tirivanjia, 2004) en 'Uncertain States of America' in het Astrup Fearnley Museum of Modern Art in Oslo (2005). Hij publiceerde oa. de boeken 'World soup' (Munchen, 1993), 'Unbuilt roads: 107 unrealized projects' (Ostfildern, 1997), 'Laboratorium' (met Barbara Vanderlinden, Antwerpen 1999) en 'Hans-Ulrich Obrist, Interviews, vol. 1' (2003).Sinds 2006 is hij codirecteur van de Serpentine Gallery in Londen.