Heinz Holliger
Heinz Holliger werd geboren in Langenthal (Zwitserland, kanton van Bern) in 1939. Reeds tijdens zijn middelbare schooltijd studeerde hij hobo bij Emile Cassagnaud aan het Conservatorium van Bern en compositie bij Sándor Veress. Vanaf 1958 zette hij zijn studies verder bij Yvonne Lefèbre (piano) en Pierre Pierlot (hobo) in Parijs. Tussen 1961 en 1963 studeerde hij compositie bij Pierre Boulez in Basel. Na het winnen van eerste prijzen op verschillende grote wedstrijden (Genève 1959, ARD Wettbewerb 1961), werd Holliger wereldwijd gevraagd als solist voor concerten. Vele componisten schreven werk voor hem, zoals Hans Werner Henze, Krzysztof Penderecki, György Ligeti, Elliott Carter, Witold Lutoslawski, Karlheinz Stockhausen en Luciano Berio. Daarnaast haalde Holliger repertoire uit de vergetelheid van 18e-eeuwse componisten als Jan Dismas Zelenka en Ludwig August Lebrun. Vanaf de jaren zeventig profileerde hij zich steeds meer als componist. Zijn composities worden exclusief uitgegeven door Schott Music International. Holligers oeuvre beslaat alle genres, van symfonisch tot solo en kamermuziek en vocale werken. Bijna al zijn werken zijn getekend door zijn onuitputtelijke zoektocht naar de grenzen van klank en taal. Aan zijn composities gaat bijna steeds een grondig onderzoek vooraf naar het leven en werk van componisten en dichters. Bijvoorbeeld de 'Scardanelli Cyclus' (1975-85) is gebaseerd op de laatste gedichten van Hölderlin. Voor dit werk ontving Holliger de Premio Abbiati van de Biënnale van Venetië in 1995. In 'Gesänge der Frühe' voor koor, orkest en tape (gecreëerd in1988) combineerde Holliger gedichten van Hölderlin met muziek van Robert Schumann. In the two liedcycli 'Drei Liebeslieder' (1960) en 'Fünf Lieder' (1992-2006) voor contralto en orkest, baseerde hij zich op poëzie van Georg Trakl. Ook gedichten van Christian Morgenstern werden door Holliger op muziek gezet in de 'Sechs Lieder' voor sopraan en orkest (1956/57, orkestratie 2003). In 1998 ging Holligers opera 'Schneewittchen' met groot succes in première in Zürich. De ECM opname van de opera won een Grammy Award in 2002. Ook zijn concerto's refereren vaak naar biografieën of literaire werken. Het Concerto 'Hommage à Louis Soutter' voor viool en orkest (1993-95, rev. 2002) portretteert het leven van de Zwitserse schilder. In 'Siebengesang' (1966/67) voor hobo, orkest, stemmen en luidspreker, incorporeerde hij een gedicht van Georg Trakl. Holliger componeerde tevens heel veel kamermuziek, waaronder een vroeg Blaaskwintet (1968), 'Romancendres' voor cello en piano (2003), 'Contrechant sur le nom de Baudelaire' voor basklarinet (2008), twee strijkkwarten en solowerken voor bijna elk instrument. Als dirigent leidde Heinz Holliger wereldwijd vele orkesten en ensembles. Hij stond onder meer voor het Cleveland Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het Koninklijk Concertgebouworkest, de Wiener Philharmoniker en de Wiener Symphoniker en werkt al jaren samen met het Chamber Orchestra of Europe, waarmee hij ook veel cd's opnam. Holliger was componist in residentie van het Orchestre de la Suisse Romande en het Lucerne Festival. In april 2003 wijdde de Cité de la Musique in Parijs een hele concertweek aan de componist, dirigent en hoboïst Holliger. Holliger kreeg verschillende prijzen en onderscheidingen toegekend: de Frankfurt Musikpreis 1988, Ernst von Siemens Musikpreis 1991, Prix de Composition Musicale de la Fondation Prince Pierre de Monaco 1994, Zürich Festivalpreis 2007, Rheingau Musikpreis 2008.
www.heinzholliger.com
Aangepast oktober 2013.