HomeRené Clair

René Clair

René Clair (1889-1981) De films van René Clair, pseudoniem van René Chomette, werden gekenmerkt door veel humor en revue, door fantasie en surrealisme. Hij begon films te maken in het tijdperk van de stille cinema, maar maakte later ook geluidsfilms, toen hij zijn aanvankelijke grote scepsis voor het geluidsgegeven had overwonnen. Clair groeide op in het marktdistrict van Parijs, het gebied van Les Halles in het 1e arrondissement, een gebied dat regelmatig opduikt in zijn films. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij bij het Franse Ambulancekorps. Voor hij in 1920 als filmacteur begon en de achternaam Clair aannam, werkte hij als journalist, criticus en liedschrijver. In 1923 voltooide hij zijn eerste script dat meteen ook zijn regiedebuut zou worden: 'Paris qui dort'. Zijn tweede film, 'Entr'Acte' (1924), was bedoeld om te vertonen tussen de bedrijven van het gelijknamige ballet van Erik Satie. Hierin liet Clair verschillende bekende artiesten van zijn tijd de revue passeren, waaronder Satie zelf en de dadaïsten Marcel Duchamp, Francis Picabia en Man Ray. Beide films vestigden de reputatie van René Clair als toonaangevend avant-garde kunstenaar. In 1930 draaide Clair zijn eerste geluidsfilm 'Sous les toits de Paris', de eerste Franse film met klank die internationaal een succes werd. Na 'Le Dernier Milliardaire' (1934), een satirische antifascistische prent die in Duitsland werd verboden, trok de regisseur naar Engeland om 'The Ghost goes West' (1935) te maken. Na een korte terugkeer naar Frankrijk vluchtte Clair in 1940 naar de Verenigde Staten. Hij keerde na afloop van de oorlog terug naar zijn thuisland waar hij in 1960 werd toegelaten tot de Académie Française.

November 2011.