Stéphane Beel
Recent Werk II
locatie
DS1 Wandelgang achter BZ
De tentoonstelling 'Recent Werk II' is een vervolg op de presentatie van het vroege werk van Stéphane Beel (°1955) in deSingel in 1989. 'Recent Werk II' toont werk dat Beel realiseerde na de Villa M in Zedelgem, die tien jaar geleden in aanbouw was en als keerpunt wordt beschouwd. Sindsdien heeft Beel's oeuvre een interessante evolutie en schaalvergroting ondergaan. De spitse vingeroefeningen uit de jaren tachtig werden al vlug aangevuld met nieuwbouw van aanzienlijke omvang en verbouwingen met manifeste stedenbouwkundige implicaties.
Beknopt gaan we hier in op een drietal kenmerken van Beel's ontwerpstrategie. Als ontwerper accepteert hij de condities van de opdracht. Wat als probleem of nadeel ervaren wordt in een programma of een gebouw, wordt tot een positief element omgebogen in het project. Eerder dan een probleem te maskeren of te negeren, wordt het geradicaliseerd zodat het geheel interessanter wordt. Rigoureus exploiteert hij de landschappelijke of stedelijke context, het bouwprogramma, de schema's in het hoofd van de opdrachtgevers, of in het geval van verbouwing, de identiteit van het gebouw zelf. Soms laat hij zich leiden door toeval. Hierdoor worden zijn pragmatische, rationele schema's onverwacht ironisch of zelfs poëtisch.
Diezelfde 'ironisch-rationele' strategie hanteert Beel in het zoeken naar de juiste planopbouw. In de eerste plaats definieert hij het plan in de traditie van de moderne functionalisten. Hij plaatst zakelijk alle vereiste programmapunten naast elkaar, een scenario dat hij nadien omzet in een zuivere, cartesiaanse schakeling van ruimten. Opmerkelijk in de architectuur van Beel is de beperkte zin voor 'Raumplan'. De ruimtelijke werking van zijn gebouwen lijkt teruggebracht tot een lineaire, hooguit tweedimensionale organisatie van volumes, maar in de gebouwde realiteit zijn deze volumes door vides en doorzichten wel verbonden met boven- en onderliggende ruimten. Een wandeling door een gebouw leert dat de 'routing' veel aandacht krijgt. De heldere organisatie van de opeenvolgende ruimten gaat samen met een lichamelijk en visueel genot. Looplijnen veranderen plots van richting, waardoor je onverwachte zichten en perspectieven krijgt. Gesloten ruimten worden afgewisseld met patio's en doorgangen die lijfelijk voelbaar zijn en de blik wordt steeds gericht naar exact geplaatste vensters die nieuwe zichten betrekken in het gebouw.
Consequent met deze ontwerpwijze hanteert Beel een zeer uitgelezen palet van materialen. Ze worden geselecteerd omwille van hun sensuele kwaliteiten. De alledaagse materialen worden door sommigen geïnterpreteerd als schraal, ze overstijgen echter de banaliteit door hun fijne, onopvallende en goede afwerking. De materiaalkeuze is non-conformistisch en weerbarstig en versterkt de tactiele waarde van de ruimten.
Merkwaardig genoeg leent Beel's aanpak zich zowel voor kleine als grote gebouwen. In complexe opdrachten weet Beel de karakteristieken van de stad - periferie, binnenstad - of van de bouwlocatie te abstraheren en te concentreren in een helder plan. Een statisch perspectief, een orthogonale compositie, de transparantie van het gebouw, de toren en het plein als zetstukken, dat zijn de voornaamste bepalende factoren in de stadsontwerpen van Beel. Interessant is de manier waarop hij op ongedwongen wijze het duurzame, statige en traditionele karakter van een openbaar gebouw in de stad weet te transformeren. "Beel levert een actuele uitdrukking voor openbare architectuur die open staat voor het gewone leven en aldus onmiskenbaar menslievend is."1
De tentoonstelling presenteert een aantal grote projecten: het Raveelmuseum in Machelen, het Centraal Museum in Utrecht, uiteraard ook de recente verbouwingen voor de inkompartijen van de Antwerpse musea en de uitbreiding van deSingel en het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen. Tenslotte komen een aantal kleinere opdrachten aan bod omwille van hun experimentele betekenis.
Credits
architect