Catherine Diverrès - Centre Choréographique National de Rennes et de Bretagne
Fruits
In hetzelfde jaar schreef Catherine Diverrès - zij wordt wel eens de 'choreografe van de rusteloosheid' genoemd - twee choreografieën als in één adem. Twee stukken in één choreografisch elan, lucide én contemplatief. 'Stances' is een ballade (een dans en een gedicht tegelijk) en wordt gekenmerkt door het heldere, vitale ochtendlicht. 'Fruits' doet zich voor als een duistere, nachtelijke elegie. De choreografieën van Catherine Diverrès, die het 'Centre Chorégraphique' van Rennes leidt, beschrijven steeds een mentale ruimte, vanuit de bekommernis om niet alleen de dans maar ook het denken aan een aanhoudend onderzoek te onderwerpen: dansen als een middel tot bewustwording.
'Stances' is een parcours in twee etappes, in twee tijden, dat de toeschouwer, maar ook de choreografe zelf toelaat, om de weg van de constructie van een schriftuur te volgen, van het schrijven van een solo tot het werken met een ensemble. Etymologisch komt 'stance' van het Italiaanse 'stanza', een verblijf, een kamer, en van het Latijnse 'stare', staan. De titel verwijst naar een poëtische reis (en een verblijf) die ons meeneemt op een wandeling doorheen het landschap van de choreografe. Een manier om het bilan te maken van vijftien jaar choreograferen, dat telkens opnieuw begint bij het plezier om te dansen, om te laten dansen.
'Stances I' bestaat uit een verzameling van duo's, niet als een stijloefening, maar als een oefening van intimiteit. 'Stance II', in het enkelvoud, is een solo van de choreografe zelf. Een positie, een stellingname, de essentie van een radicaal bewegingsconcept dat Catherine Diverrès al vijftien jaar lang verdedigt. Een solo die getuigt van een ongelofelijke helderheid in de aanwending van middelen, van het lichaam en haar beweging. Terwijl we op de achtergrond de stem van Pasolini horen, danst Catherine Diverrès met uiterst sierlijke armbewegingen en een betoverende Oosterse gratie en elegantie, waarin men makkelijk haar vorming bij Kazuo Ohno in Japan terugvindt. In het verkennen van de ruimte is zij indrukwekkend en doet zij zelfs bij momenten - en dit is verrassend - denken aan de dans van Trisha Brown. "Dansen en choreograferen zijn twee manieren van denken die bijna tegengesteld zijn aan mekaar. Choreograferen, construeren veronderstelt afstand en rationaliteit. Dansen daarentegen kan plaatsvinden in de donkerte van de nacht. Je moet dus de maagdelijkheid van een eerste creatieve 'opstoot' in evenwicht houden met een noodzakelijke intellectuele benadering."
De tweede productie, 'Fruits', vertrekt van een gedicht van Hölderlin, 'De vruchten zijn rijp'. Hier worden we uitgenodigd te kijken hoe een beweging aarzelend groeit, te luisteren naar de poëzie die weerklinkt in de dans. Op een verlaten podium ontwaart men voorzichtige aanzetten tot beweging, bange stappen, een rilling. Contouren van een hek dat de theatrale ruimte in twee snijdt. Een organische wereld ontvouwt zich uit de initiële lege ruimte. De dansers schijnen met de resten van een collectief geheugen, onder het stof bedolven, een wereld te reconstitueren. Een voorstelling waarin men de klank hoort van het geweld in de wereld waarvan iedereen het stigma draagt. Verre van aan psychologische illustratie te doen, afficheert Catherine Diverrès hier een bijzondere zin voor de menselijke innerlijkheid, maar steeds geplaatst in het veld van de actualiteit en de geschiedenis. Deze aspecten van het reële zijn volgens haar aanwezig in het lichaam en vormen een deel van het dansmateriaal: gevoelsmatige lagen die het leven in het lichaam van eenieder achterlaat, en waarvan de vertolkers bij elke nieuwe choreografie getuigen. Het politieke van haar dans zit hem in het ethisch aspect. Zij insisteert op de kwaliteit van het kijken naar wat in de werkelijkheid gebeurt, op het bewustzijn, op de ervaring. Nochtans heeft de choreografe niet zelf een turbulente episode uit de geschiedenis aan den lijve ondervonden, zoals dat het geval is bij sommige generaties. Geboren in Bordeaux, bracht zij haar kinderjaren door tussen Frankrijk en Afrika en wijdde zich volledig aan de dans vanaf haar achttien jaar. In de loop der jaren heeft zij een oeuvre opgebouwd dat gekenmerkt wordt door fragmenten, breuken, een dans geanimeerd door contradictorische bewegingen. Haar stukken geven door de ritme- en stijlveranderingen uitdrukking aan een ideeëngoed dat essentieel gaat over transformatie en overgangen. Geen oppervlakte, maar diepte. Plooien die niet gladgestreken zijn. Het onvoltooide als thema. De grenzen aftasten, de impasses ook. Maar terwijl de dans de vele manieren van de obscure nachten tussen chaos en kosmos uitprobeert, orkestreert Catherine Diverrès het geheel van deze elementen als een organische symfonie.