Wim Vandekeybus - Ultima Vez
7 for a Secret never to be told
"Het bijgeloof behoort tot het wezen van de mens en als men het volledig denkt te verdringen, vlucht het in de wonderlijkste hoeken en gaten, vanwaar het opeens, als het zich enigszins veilig waant, weer te voorschijn komt", schrijft Johannes Wolfgang von Goethe.
Dat bijgeloof, de waarde die men aan voortekenen hecht, en het instinct waarop bijgeloof oorspronkelijk gegrond is, zijn de centrale thema's van de nieuwe voorstelling van Wim Vandekeybus. Dat hoeft ons niet te verbazen: in de negen producties die hij tot nog toe gemaakt heeft, zijn de sleutelbegrippen keer op keer het onvoorspelbare, het instinctieve en het blinde toeval dat onze berekeningen doorkruist. In 'What the body does not remember', 'Les porteuses de mauvaises nouvelles' en 'The weight of a hand', Vandekeybus' trilogie, ging het vooral om het instinctief, onvermijdelijk handelen, om het moment waarop een danser zijn veiligheid uit handen geeft en de verbeelding van een mogelijke catastrofe vrij spel krijgt. De intensiteit van het moment was er belangrijker dan de betekenis. In latere voorstellingen werkte hij telkens naar een bepaalde intensiteit toe: de intensiteit van de hallucinatie, van de droom of van de nachtmerrie. Zowel in 'Immer das selbe gelogen' en 'Her body doesn't fit her soul' als in 'Mountains made of barking' en 'Bereft of a blissful union', blijft de herkenbare, explosieve, vliegensvlugge Vandekeybus-dans aanwezig. Maar ze wordt ingebed in een groter geheel, dat van de droomlogica, en krijgt zo een betekenis die het fysieke overstijgt. Tekstfragmenten worden vanaf dat moment een volwaardig onderdeel in zijn voorstellingen, zonder dat ze evenwel een eenduidig of rechtlijnig verhaal vertellen. Want het handelskenmerk van Vandekeybus is en blijft dat hij net stopt vóór het moment van betekenisgeving: "Ik ben geboeid door de plaats waar grenzen vervagen, waar de betekenissen in elkaar overvloeien, waar er nog slechts diverse schakeringen van eenzelfde emotie bestaan".
Uitgangspunt van '7 for a Secret never to be told' is de mythe rond de ekster en het bijgeloof dat mensen eraan hechten. Al duizenden jaren lang worden eksters immers beschouwd als ongeluksvogels. Als er een ekster kwetterend rond een huis vliegt, betekent dat een dode in het gezin. Eksters die druk kwetteren voorspellen regen, maken ze ruzie dan is er dooi op komst. In Duitsland en Schotland voorspelt het aantal eksters dat men ziet wat komen zal:
One for Sorrow
Two for Joy
Three for a Girl
Four for a Boy
Five for Silver
Six for Gold
Seven for a Secret never to be told
Zowel inhoudelijk als structureel is dit bijna vergeten rijmpje de raamstructuur van de nieuwe voorstelling van Vandekeybus. In zeven delen worden telkens één danser en één componist beïnvloed door tegenstrijdige emoties (verdriet en vreugde), geslachten (man en vrouw) en edele metalen (zilver en goud). Begeleid door een 'Master of Ceremony', de incarnatie van het bijgeloof, oefenen ze zich in het ekster-zijn en in alles wat daar enigszins mee te maken heeft: praatlustigheid en twistzucht, androgynie, onverschilligheid ten opzichte van betekenis, interesse voor blinkende voorwerpen en eigenaardige vlieg-en huppelbewegingen. Oefenen ze zich ook in het ekster-worden, want het visualiseren van menselijke transformaties is een ander leidmotief in de voorstelling. "De overgang van het bekende naar het onbekende, daar gaat het om", zegt Vandekeybus. Die overgang kan een gedaanteverwisseling zijn, zoals ook al in Ovidius' 'Metamorfosen' een vrouw in een ekster verandert. Die overgang mondt ook uit in 'A Secret never to be told', het geheim dat nooit verteld wordt omdat het niet te vertellen valt, niet te formuleren is. Zoals Vandekeybus in vorige voorstellingen het onzichtbare trachtte te visualiseren, zo gaat hij nu de uitdaging aan om het 'onformuleerbare' uit te drukken. Muzikaal wordt hij op zijn zoektocht ondersteund door nieuwe composities van Arno, Charo Calvo, Thierry De Mey en Pierre Vervloesem.
Werken
7 for a Secret never to be Told