Beethoven Academie - Carl Davis
City Lights
Een zwerver (de 'Tramp', gespeeld door Chaplin) wordt verliefd op een blind bloemenverkoopstertje en hoopt het geld te vinden voor een operatie die haar het gezicht moet teruggeven. Hij papt aan met een excentrieke miljonair die in dronken toestand zeer vrijgevig is, maar eenmaal nuchter een hardvochtig mens blijkt. Charlie probeert geld te verdienen via allerlei baantjes die slecht aflopen. Op de duur steelt hij een som geld en wordt gearresteerd. Als hij de gevangenis verlaat, ziet hij het meisje terug. Zij is inmiddels genezen…
City Lights, Chaplins vierde langspeelfilm, wordt doorgaans beschouwd als zijn meesterwerk. De komiek produceerde, schreef, regisseerde en speelde de hoofdrol in dit comedy melodrama dat ook nu nog even komisch en ontroerend is als toen het eerst werd uitgebracht. De beroemde boksmatch waarin Chaplin als een dolgedraaide derwisj in het wilde weg huppelt en springt, en de hilarische restaurantscène waarin hij over de dansvloer schuift en glijdt, zijn briljante staaltjes van pantomime en behoren tot de klassieke momenten uit het Amerikaanse comedy-repertoire. Maar het is vooral de slotscène die de film subliem maakt: als Charlie en het bloemenmeisje elkaar opnieuw ontmoeten (nu zij, dankzij Charlie, kan zien, ziet ze ook wie hij in werkelijkheid is, een sjofele zwerver, en niet de miljonair van wie ze altijd gedroomd had), is er een lange close-up van Charlie die één van de ontroerendste momenten uit de filmgeschiedenis is.
De komst van klank in 1927 had in Hollywood voor een omwenteling gezorgd. De kunst van de stille film was ten dode opgeschreven. City Lights zou Chaplins eerste klankfilm worden. Maar goed wetende dat hij zijn wereldwijd publiek te danken had aan de universele taal van de mime, was Chaplin terughoudend wat het gebruik van dialoog betrof. Stilte was niet iets wat Chaplin was opgelegd, het was het medium waarin zijn personage van de 'Tramp' leefde. Een sprekende 'Tramp' zou gewoonweg ondenkbaar geweest zijn. Vandaar dat Chaplin een beslissing nam die in 1931 radicaal en gedurfd, maar achteraf bekeken zeker de verstandigste was, namelijk City Lights maken als een stille mime-comedie maar met toegevoegde muziek en geluidseffecten. Hoewel autodidact, was Chaplin een bedreven musicus, hij speelde viool en cello. Hij componeerde zelf de partituur voor City Lights, zoals hij het later voor al zijn klankfilms zou doen. De muziek bepaalde en benadrukte de variaties in toon in de film - uitbundig koper voor de komische avonturen van de 'Tramp' met de dronken miljonair, sentimentele strijkers voor de ontroerende scènes met het bloemenverkoopstertje.
Meer dan een halve eeuw later herontdekten Carl Davis, Kevin Brownlow en David Gill bij het maken van hun televisiereeks The Unknown Chaplin de kwaliteit van de muziek en kregen ze de toestemming van Lady Chaplin om de partituur te mogen bewerken en de muziek opnieuw op te nemen. Deze muziek werd voor het eerst uitgevoerd in 1989, in het Londense Dominian Theatre, de plaats waar achtenvijftig jaar eerder de film in première was gegaan. De herneming in deSingel is de start van een internationale toernee waarin componist/dirigent Carl Davis opnieuw samenwerkt met ons orkest in residentie, de Beethoven Academie.
Werken
City Lights
Credits
productie
muzikale uitvoering
muzikale leiding
in samenwerking met