Arditti Kwartet
Een criticus heeft de zestien kwartetten van Ludwig van Beethoven eens "het oude testament van het strijkkwartet" genoemd. Naar die analogie zou je de zes kwartetten van Béla Bartók (1881-1945) het nieuwe testament kunnen noemen. Immers, behalve de triade Schönberg-Berg-Webern, heeft niemand na Beethoven het genre dermate nieuwe impulsen gegeven. Die vernieuwing is vooral te danken aan de erg persoonlijke versmelting van historisch gegroeide vormen van de klassieke kwartetmuziek met elementen uit de volksmuziek. Verder kan je aan de hand van de zes strijkkwartetten de stilistische ontwikkeling van Béla Bartók goed volgen. Zo is het Tweede Kwartet in zijn volle expressionistische fase te situeren, terwijl het Vierde opgebouwd is volgens de boogtechniek, een techniek die hem in zijn rijpe periode erg dierbaar was.
In tegenstelling tot de rijke contrasten en de somtijds heftige ritmes van Bartók is het Pianokwintet van Alfred Schnittke (1934-1998), een in memoriam voor zijn moeder, bezinnend van toon. Het werk bestaat uit vijf langzame, haast statische delen waarvan de dynamiek zelden boven het piano of pianissimo uitstijgt. Het laatste deel dooft langzaam uit als een beeld dat in de herinnering stilaan vervaagt.
Werken
Strijkkwartet nr 4 in C, Sz91
Strijkkwartet nr 2 in a, opus 17, Sz67
Pianokwintet
Credits
viool
viool
viool
altviool
altviool
Meer