• DE SINGEL
  • Agenda

  • Jouw bezoek

    • Eten & drinken

    • Bereikbaarheid

    • Toegankelijkheid

    • Tickets & Abonnementen

    • Laat je gidsen

    • Vrij toegankelijk

    • Veelgestelde vragen

    • Overnachten

  • Lees, kijk, luister

  • Ons verhaal

    • Over, in en rond het gebouw

    • Organisatie

    • Huisartiesten

    • Ontwikkeling

    • Zaalhuur

    • Archief

    • Steun ons

  • Tickets & abo's

nl fr en
  • Agenda

  • Jouw bezoek

    • Eten & drinken

    • Bereikbaarheid

    • Toegankelijkheid

    • Tickets & Abonnementen

    • Laat je gidsen

    • Vrij toegankelijk

    • Veelgestelde vragen

    • Overnachten

  • Lees, kijk, luister

DE SINGEL
  • Ons verhaal

    • Over, in en rond het gebouw

    • Organisatie

    • Huisartiesten

    • Ontwikkeling

    • Zaalhuur

    • Archief

    • Steun ons

  • Tickets & abo's

nl fr en
Home/Agenda/Evenement

Artis Quartett Wien

Webern - Schubert

Muziek
Data
do 20 feb 1997 - 20:00
locatie
Blauwe zaal
In de kunstmuziek van Europa kwam er omstreeks het begin van de twintigste eeuw een stroming op gang die eeuwenoude ordeningsprincipes radicaal in vraag stelde. De Oostenrijkse componist Anton von Webern (1883-1945) was één van de spilfiguren van dit gebeuren. Op zijn muziek - als op die van de hele Weense school - kleven nog steeds de stigmata van abstractie, ongenaakbaarheid en complexiteit. Ten onrechte, zo menen wij. Al dient gezegd dat deze muziek wel geheel anders klinkt dan Tchaikovsky, Bach of Mozart. Ze was toen in alle opzichten ongehoord, "Luft von einem anderen Planeten" om het met Schönberg te zeggen. Toch is ze bedoeld om te weerklinken en verschaft haar compacte schoonheid het esthetisch en gevoelsgeladen genot dat elke grote muziek bij de luisteraar oproept. Anton von Weberns leven is niet direct spectaculair te noemen. Op een gelukkige jeugd - eerst in Wenen zijn geboorteplaats (3 december 1883), dan in Graz en Klagenfurt - volgden vrij probleemloze jaren aan de universiteit van Wenen, waar hij musicologie en compositie studeerde en zich vervolmaakte in cello- en pianospel. Verder zong hij in de Akademischer Wagner Verein onder meer onder leiding van Mahler. Tijdens de zomermaanden verbleef hij op het buitenverblijf van de familie, de Preglhof. Daar maakte hij samen met zijn neef Ernst Diez wijdse uitstappen door de heuvels en bergen, verzamelde mineralen en bestemde planten. Meteen zijn enkele van Weberns wezenlijke inspiratiebronnen aangeduid. Het Wenen van de eeuwwisseling waar de fin-de-siècle wind nog het hardst waaide, de ongerepte en liefelijke landschappen van Karinthië en de kale ascetische toppen van de Oostenrijkse bergen. Voeg daarbij nog de gebruikelijke verering voor Schubert, Wagner en Mahler, en Weberns background voor hij in 1904 met Schönberg kennismaakte, is quasi compleet. Die ontmoeting met de negen jaar oudere Schönberg en de plotse dood van zijn moeder in 1906 hadden een jarenlange en ingrijpende invloed op Weberns muzikaal scheppen. De dood van zijn moeder verklaart ten dele de doorgaans trieste en beklemmende sfeer van veel van Weberns werken. Bij Schönberg vond hij de bevestiging en de invulling van zijn verlangen naar een nieuwe vorm van muziek. Schönberg had zijn eerste schandaal bij de première van het sextet Verklärte Nacht net achter de rug. Schandalen en afkeer van het merendeel van pers en publiek zouden Schönberg en de zijnen trouwens verder blijven achtervolgen. Webern was een kleine, stille en introverte man, ongelooflijk gevoelig, haast overgevoelig en daardoor ongemeen opvliegend: één verkeerd woord kon hem tot razernij brengen. Daarnaast was hij zeer nauwgezet, Duits gründlich en in het dagelijkse leven gespeend van elke vorm van humor - in zijn werk zijn er wel enkele grappige momenten. Met hem samenwerken was derhalve niet makkelijk. Toch besliste hij om na zijn studies precies als dirigent in zijn levensonderhoud en dat van zijn snel groeiende familie te voorzien. In 1911 was hij getrouwd met zijn nicht en jeugdliefde Wilhelmine Mörtl, met wie hij vier kinderen had. Weberns hoge eisen aan de kunst en zijn weinig diplomatieke aard deze op andersgezinden over te brengen, botsten vaak en hard met de opvattingen van de verschillende opera- en operettenorkesten waar hij voorstond. Zo verliet hij achtereenvolgens de orkesten van Bad Ischl, Innsbruck, Danzig, Berlijn, Stettin en Praag telkens met slaande deuren. In de deprimerende periodes daartussen verhuisde hij met zijn familie naar de Preglhof, het paradijs uit zijn jeugd. Pas in 1918 betrokken de Weberns een woning in Mödling, een voorstad van Wenen, en daalde er een zekere rust over Antons gemoed. Sinds 1921 werden zijn partituren uitgegeven door de bekende muziekuitgever Universal Edition. In de zomer van datzelfde jaar besprak Schönberg met zijn leerlingen voor het eerst de principes van een nieuwe, revolutionaire componeermethode, de twaalftoonsmuziek (dodecafonie) of het componeren met twaalf evenwaardige en op elkaar betrokken tonen (van do tot do, met een gelijke waarde voor hele en halve tonen). Uitgangspunt is hierbij de reeks of serie waarin elk van de twaalf tonen moet voorkomen, vandaar de benaming serialisme. Dat uitgangspunt lijkt erg beperkt, maar in het totaal zijn er 479.001.600 combinaties van die twaalf tonen mogelijk. De componist moet, eens hij de reeks heeft gevonden, deze volgens welbepaalde wetten en technieken bewerken. De muziek is wel gestructureerd, maar de ordening is voor het oor niet hoorbaar aangezien elke vorm van melodie afwezig is. Toch heb je bij Webern nooit het gevoel van chaos of willekeur, zo uitgekiend en evenwichtig zijn de bouwstenen van zijn muziek op elkaar betrokken in een universum van klanken en kristallijne verwijzingen. Na 1921 is er een zekere stabiliteit in Weberns loopbaan als dirigent. Zo leidde hij de Arbeitersymphoniekonzerte (1922-1934) en de Singverein der Kunststelle (1923-1934), in feite het Weense arbeiderskoor. Met zijn werk wilde hij een bijdrage leveren tot de algemene opvoeding van het volk en tot een groter begrip voor de nieuwe muziek. Een opzet waarin hij slechts met mate geslaagd is. Met de opkomst van het nazisme in Oostenrijk werden in 1934 alle vakbonden afgeschaft en verloor Webern zijn job. Toen in 1938 de Anschluss volgde, kwam zijn "onharmonische en volksvreemde" muziek op de zwarte lijst terecht. Webern trok zich volledig terug, eerst in Mödling, later in 1943 in Mittersill, een bergdorpje in de buurt van Salzburg. Daar werd hij op 15 september 1945 per vergissing door een Amerikaanse soldaat neergeschoten, omdat hij voor het huis een sigaret opstak. Weberns oeuvre dat qua tijdsduur de vier uur nauwelijks overschrijdt, kan grofweg ingedeeld worden in drie stijlperioden: een eerste periode in het teken van de traditie (Brahms, Schubert) en van de zoektocht naar het nieuwe, met werken zonder opusnummer en met de Passacaglia opus 1 (met zijn tien minuten één van zijn langste composities) tot en met de Lieder opus 4. Een tweede 'atonale' periode tot de ontdekking van de dodecafonie: van opus 5 tot opus 19. En een derde met de seriële werken, beginnend bij het strijktrio opus 20 tot en met opus 31. In onze Weberncyclus hebben we geopteerd voor vijf concerten met daarin het belangrijkste deel van zijn werken. In het eerste concert, een recital met sopraan Mitsuko Shirai, staan liederen uit de eerste en tweede periode op het programma naast liederen van weggenoten Schönberg en Berg. Het orkest in residentie, de Beethoven Academie, verzorgt twee verdere concerten. Tijdens het eerste concert, onder leiding van Jan Caeyers, wordt Weberns ongemeen gebalde en van ieder franje ontdane Symphonie opus 21 geflankeerd door Schönbergs post-romantische Lied der Waldtaube (met de sopraan Lucienne van Deyck), en door Alban Bergs Kammerkonzert voor viool en piano en dertien blazers met Christian Altenburger en Frank Braley als solisten. Weberns bewerking van Duitse dansen van zijn illustere voorganger Franz Schubert zorgt voor het nodige historische reliëf. In het andere concert staat Peter Rundel (dirigent en violist bij het Ensemble Modern) aan het hoofd van ons huisorkest. Deel van het programma zijn onder andere de enigmatische Fünf Stücke voor orkest opus 10 en de weinig gehoorde Symphonische Elegie auf den Tod Anton Weberns van de pas onlangs overleden Ernst Krenek. De meeste werken van Webern zijn voor kamermuziekbezetting gecomponeerd. Op één avond krijgen we dan ook de quasi-integrale van de werken voor strijkkwartet door het Weense Artis Kwartet, aangevuld met het etherische Trio opus 20 en één van de grote strijkkwartetten van Franz Schubert, het negende in g D. 173. Het Ictus Ensemble besluit de reeks met werken voor kleine bezetting tot en met het prachtige, haast lyrische Konzert opus 24 en de bewerking voor kamer-ensemble van de Sechs Stücke voor groot orkest opus 6. Tijdens dit afsluitingsconcert staat nog een duo van de Schönberg-leerling Nikos Skalkotas en de Nachtmusik I van de hedendaagse Spaanse componist Emmanuel Nuñes op het programma.

Werken

Rondo
Anton Webern
Langsamer Satz
Anton Webern
Trio voor viool, altviool en cello, opus 20
Anton Webern
Strijkkwartet, opus 28
Anton Webern
Zes bagatellen voor strijkkwartet, opus 9
Anton Webern
'Fünf Sätze' voor strijkkwartet, opus 5
Anton Webern
Strijkkwartet nr 9 in g, D173
Franz Schubert

Credits

viool
Peter SchuhmayerJohannes Meissl
altviool
Herbert Kefer
cello
Othmar Müller
ensemble
Artis Quartett Wien

Programmaboekje

Artis Quartett : Schubert - Webern
Downloaden

Artikels

Spotify

Foto's

Join & support
Contacteer onsZaalverhuurPers
Ticketlijn
+32 (0)3 248 28 28
Zomeruren: Vrijdag: ter plaatse én telefonisch (13.30 – 18.00) | Donderdag: enkel telefonisch (13.30 – 18.00)
tickets@desingel.be
Volg ons
Onze sponsors
Vlaamse overheid
Stad Antwerpen
Klara
De Standaard
Knack
Canvas
© DE SINGEL 2026VoorwaardenPrivacybeleidToegankelijkheidsverklaring
Webern - Schubert - Artis Quartett Wien - archief 1997 | DE SINGEL