Beethoven Academie - Alexander Polianichko
"De kleine Sjostakovitsj", zo werd Mieczyslav Vainberg (1919-1996) wel eens door kwatongen genoemd. Geheel ten onrechte, want deze van origine Poolse componist, die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de Sovjet-Unie emigreerde, daar in de jaren vijftig een gevierd schrijver werd om in totale vergetelheid te sterven, schreef een immens oeuvre bijeen dat zeer specifiek van stijl is. Een hechte vriendschap en wederzijds respect verbonden hem met Sjostakovitsj. Beiden kwamen in hun oeuvre, de ene al wat duidelijker dan de andere, op voor de waarden van het individu in een wereld van verdrukking en geweld. Vainbergs muziek is samengesteld uit Poolse, Russische en vooral joodse elementen en bezit een soort van naïeve charme en broze eerlijkheid die meteen ontwa-penen. De Kamersymfonie nr 4 is een van de laatste werken die Vainberg voltooide. Het werk getuigt van een gelatenheid en heldere structuur die je wel meer vindt in laatste werken. Hoewel eveneens een laat werk is de Veertiende Symfonie van Sjostakovitsj allerminst gelaten. Het is een vocale symfonie in elf delen op gedichten van Garciá Lorca, Apollinaire, Küchelbecker en Rilke die obsessioneel rond een idee cirkelen: het verzet tegen de dood.
Werken
Kamersymfonie nr 4, opus 153
Symfonie nr 14 in g, opus 135
Credits
muzikale leiding
muzikale leiding
klarinet
klarinet
sopraan
Meer