Beethoven Academie - Christopher Hogwood
Mozart
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) was pas zeventien toen hij zijn eerste echte pianoconcerto KV 175 schreef. Voordien had hij reeds vier pianoconcerti geschreven waarin hij materiaal van tijdgenoten als Schobert, Raupach en C.P.E. Bach pasticheerde of arrangeerde. Met dit vijfde concerto zette hij direct de hem eigen toon en bevestigde hij zijn onmiskenbare persoonlijkheid. Het genre zelf was toen amper een halve eeuw oud. Bij het begin van de achttiende eeuw gebruikte men de term concerto voor muziekstukken in drie delen (snel-traag-snel) voor solist en orkest (solo concerto), twee of meer solisten (concerto grosso) en ongedeeld orkest (ripieno concerto). De laatste twee vormen werden meer en meer verdrongen door het virtuose solo concerto, dat in de late achttiende en gedurende de hele negentiende eeuw tot absolute publiekstrekker opklom en zijn plaats naast opera en symfonie opeiste. Het is aan deze vorm dat we het eerst denken bij het begrip 'concerto', niet op zijn minst door toedoen van Mozarts pianoconcerti.
Buiten de vier vroege concerti zijn het er drieëntwintig in het totaal. Ze zijn grosso modo in te delen in vier chronologische groepen. Een eerste groep bevat de Salzburgse concerti KV 175 tot en met KV 271 (nr 5 - nr 9); een tweede compileert KV 413, KV 414 en KV 415 (nr 10-nr 13) uit de vroege Weense periode; de derde groep bevat zes concerti: KV 449, 450, 451, 453, 456, 459 (nr 14-nr 19), alle uit éénzelfde jaar 1784; de resterende acht concerti, KV 466 tot en met KV 595, ontstonden in de periode van 1785 tot 1791.
Het merendeel van deze pianoconcerti behoren tot de - ook door Beethoven - onovertroffen hoogtepunten van het genre. Wat ze tot dergelijke meesterwerken maakt, is hun grote rijkdom aan thema's die vakkundig en fantasievol met elkaar verweven worden; de dialoog tussen orkest en solo-instrument, die met de jaren steeds intensiever en expressiever wordt, de veelheid en rijkdom aan gevoelens die ze uitdrukken, de versmelting tenslotte van elementen uit de symfonie, de serenade en zelfs uit de opera, die het genre als het ware boven zich uit doen stijgen. Mozart schreef ze in de eerste plaats voor zichzelf, zodat we in deze werken de componist op directe wjze kunnen ervaren. Voor Mozartkenner Alfred Einstein zijn ze "de bekroning en het toppunt van Mozarts muzikale schepping, althans op het gebied van het orkestrale".
Het concept voor een cyclus met pianoconcerti van Mozart is even overzichtelijk als eenvoudig: verspreid over twee seizoenen nodigen we zes pianisten uit om samen met de Beethoven Academie en zijn twee chefdirigenten Jan Caeyers en Christopher Hogwood - ieder dirigeert om beurt - telkens op één avond twee pianoconcerti en ander werk van Mozart (een serenade, ouverture of intermezzo) uit te voeren.
De Duitse pianist en jarenlange vriend van deSingel Christian Zacharias - u herinnert zich zijn vertolkingen van Schuberts pianosonates, Beethovens pianoconcerti en diverse recitals - opent de reeks. Pianoconcerto nr 18, KV 456 was oorspronkelijk gecomponeerd voor de blinde pianiste Marie-Thérèse Paradies. Toch dirigeerde en speelde Mozart het zelf tijdens de creatie; zoals bijna alle componisten uit de achttiende eeuw (met uitzondering van Haydn) was Mozart immers een uitstekend virtuoos. Concerto nr 20, KV 466 beëindigde Mozart op 10 februari 1785. Het geldt als één der eerste 'grote' symfonische concerti van Mozart. Beide concerti hebben een eerder somber en dramatisch karakter, ongedurig en resignerend tegelijk, vol vuur, melancholie en zelfs een tikkeltje demonie (vooral KV 466), vol tegenstellingen en guitige bokkesprongen, kortom typisch Mozart.
De Franse pianist Frank Braley is in deSingel al evenmin een onbekende. Hij was nog vorig jaar te gast in een opmerkelijke uitvoering van Alban Bergs Kammerkonzert. Aan hem het genoegen Mozarts meest gekende pianoconcerto ten gehore te brengen. Het gaat hier om het negende en laatste concerto uit de Salzburgse periode, KV 271 ook "Jeunehomme" geheten, naar de Franse virtuose pianiste mademoiselle Jeunehomme voor wie Mozart het in 1777 schreef. Deze Jeunehomme - Mozart spreekt steevast in zijn brieven van Jenomé - moet een sterke en inspirerende persoonlijkheid geweest zijn, want qua vormbeheersing en uitdrukkingskracht is het muziekstuk een meesterwerk. Ook het tweede concerto van de avond KV 537 draagt een titel. Het is Mozarts voorlaatste pianoconcerto en staat net als KV 271 in majeur. Het ontstond in 1788 en werd lange tijd foutief met de kroning van keizer Leopold II in verband gebracht, vandaar zijn bijnaam Krönungskonzert.
De Hongaarse pianist Deszö Ranki behoort al jaren tot de vooraanstaande vertolkers van Mozarts pianomuziek. Het eerste concerto dat hij uitvoert, is het concerto nr 17, KV 453. Het maakt deel uit van drie concerti die Mozart in de maanden maart en april van het jaar 1784 componeerde. De Franse componist Olivier Messiaen ziet in het middendeel "Mozarts meest geheime zijde, zijn charme, zijn glimlach, droefheid en ontmoedigingen, wanhoop alternerend met zotte blijheid... Hier wordt een tip van de sluier van Mozarts ziel gelicht". Het pianoconcerto nr 27, KV 595 heeft Mozart nog zelf boven de doopvont gehouden. Dat gebeurde op 4 maart 1791, een half jaar voor zijn dood, tijdens een privéconcert in een zaal aan de Himmelpfortgasse in Wenen. Met dit ultieme concert besluiten we de eerste reeks en geven we u graag een afspraak voor de reeks van het volgende seizoen.
Werken
Ouverture uit 'Idomeneo', KV366
Concerto voor piano en orkest nr 26 in D, KV537 'Kroningsconcert'
Concerto voor piano en orkest nr 9 in Es, KV271 'Jeunehomme'
Balletmuziek uit 'Idomeneo', KV367
Credits
muzikale leiding
piano
orkest
in samenwerking met