Beethoven Academie - Jan Caeyers - Ictus
van Beethoven - Lindberg
Alle symfonieën van Beethoven plus één componist uit de twintigste eeuw, dat is het opzet van de serie Beethoven +. Met deze serie willen we een nieuwe en andere vorm van concert beleven introduceren. Een integrale van de symfonieën van Beethoven combineren met muziek uit de twintigste eeuw is op zich niets nieuws. De confrontatie tussen bekend en onbekend is vaak een basisgegeven voor de concertzaal. Wij willen die confrontatie op een andere manier aangaan.
Iedere avond staan twee symfonieën van Beethoven op het programma - dirigent Jan Caeyers opteerde hierbij voor de chronologische volgorde -; de negende staat noodgedwongen en omwille van haar monumentale omvang alleen.
Elk concert beginnen we met een symfonie van Beethoven, dan volgt, zonder pauze, telkens een werk uit de twintigste eeuw. Hiervoor hebben we het Ictus Ensemble, Oxalys, het Arditti Kwartet, pianist Håkon Austbø en het Junge Chor Aachen uitgenodigd. Het orkest blijft op het podium en luistert samen met het publiek naar de uitvoering van hun collega's. Zo krijgt de confrontatie van Beethoven's universele vormentaal en het specifieke idioom van ieder hedendaags werk eerder het karakter van een respectvolle dialoog, dan van een confronterende botsing. Bovendien creëert het luisterend orkest een specifieke vorm van concentratie die de kernachtige muziek van nu intensifieert en haar een extra dimensie verleent.
De symfonieën van Beethoven hebben bijna tweehonderd jaar na compositie niets van hun artistieke waarde verloren. Ze hebben muzikaal mee gestalte gegeven aan de denkbeelden en verzuchtingen van de negentiende eeuw en spreken ook vandaag nog de twintigste-eeuwse concertganger en luisteraar aan.
Met Beethoven deed het 'ik' in de moderne zin van het woord zijn intrede. Zijn symfonieën zijn niet meer zoals bij Haydn abstracte uitingen van een voorgegeven esthetisch schoonheidsideaal, maar veruiterlijkingen van intieme gevoelens en denkbeelden. De romantische figuur van de kunstenaar als genie, als ziener en redder van de hele mensheid treedt hiermee naar voren. Beethoven bekijkt de wereld door zijn eigen, soms heroïsche, soms getormenteerde bril. Zo is zijn beroemde zesde symfonie, de Pastorale, geen pure imitatie van de natuur maar de evocatie van haar essentie zoals hij die uit zichzelf opdiepte.
Bij zijn begrafenis, die door twintigduizend Weners waaronder Schubert werd bijgewoond, zei de priester tijdens de lijkrede: "... Hij was een kunstenaar, maar ook een mens. Mens in iedere en in de hoogste zin van het woord. Omdat hij zich van de buitenwereld afsloot, noemde men hem vijandig. Omdat hij het sentimentele vermeed, gevoelloos. ... Hij bleef eenzaam, vond geen tweede ik. Maar tot aan zijn graf droeg hij alle mensen een goed hart toe ...".
Werken
Ablauf
Quintetto dell'Estate
Symfonie nr 1 in C, opus 21
Symfonie nr 2 in D, opus 36