David Murray octet
Garcia - The Greatful Dead
HET OCTET
In een interview met Benjamin Franzel van het Canadese jazzblad Coda verklaarde rietblazer en componist Ed Wilkerson zijn passie voor zijn octet 8 Bold Souls als volgt: "The challenge in this group is to balance the written music with the improvised music. I think in any kind of group where you're doing a lot of composing that to me is a major challenge you're facing, because guys in their careers really establish themselves as improvisors. In this type of music that's a big weight on yourself as a player and your identity, and they want to have opportunities to show that. And they should, that's a big part of what makes the music happen. So I'm trying to find different areas for them to express things that they might not ordinarily have an opportunity to express or might not be used to expressing". Wilkerson raakt hier een van de fundamentele dillema's aan die een jazzcomponist onvermijdelijk tegemoet moet zien: kan een compositie de creativiteit van de solist optimaal belichten of is ze noodzakelijk juist een beknotting daarvan. De grootste jazzmeesters hebben ermee geworsteld en de besten onder hen hebben op deze fragiele grenslijn muziek voor de eeuwigheid gecreëerd. Duke Ellington, Gil Evans, Charles Mingus: zij wisten de kwaliteiten van hun muzikanten maximaal uit te buiten zonder er roofbouw op te plegen. Muziek van dat niveau vergt genie, maar ook het beheersen van een métier dat in de jazz niet altijd even sterk werd gewaardeerd: de kunst van het arrangeren. Zoals Wilkerson terecht opmerkt is de geïmproviseerde solo voor de meeste jazzmuzikanten van levensbelang. De solo is niet alleen hun moment de gloire, maar ook hun handtekening, het werktuig bij uitstek waarmee ze hun identiteit kunnen vestigen, bestendigen en uitbouwen. Het werk van de arrangeur kan de solist in die ambitie steunen of afremmen, versterken of temperen, begeleiden of tegenwerken. Goed arrangeren vergt dus stuurmanskunst, inlevingsvermogen en een zevende zintuig voor de diverse gevoeligheden die in een jazzensemble een rol kunnen spelen.
Nergens zijn deze facetten van het métier zo manifest als in het middelgrote jazzorkest, het ensemble van pakweg zeven, acht, negen of tien man. Gemakshalve (en omwille van ons gevoel voor symmetrie en getallensymboliek) beschouwen we het octet als de geïdealiseerde vorm ervan. Het octet is geen klein ensemble meer en toch nog geen big band. In een octet heb je meerdere blazers en toch krijg je zelden een echte blazerssectie. Individualiteiten spelen er een ontzettend belangrijke rol en toch blijven ze steeds gebonden aan hogere wetten. Daardoor is een octet ook altijd indrukwekkend en fragiel tegelijk, want de hechte band die de componist/arrangeur tracht te smeden tussen de acht individuen is kwetsbaar en broos. Het octet is voor de componist/arrangeur de ideale plek voor evenwichtsoefeningen.
Het is interessant om te ontdekken hoe diverse componisten/arrangeurs met dit dilemma omspringen. In deze reeks in deSingel komen drie prominente voorbeelden aan bod: het vermaarde octet van tenorsaxofonist David Murray, het superieure Belgische ensemble Octurn (dat overigens geen octet maar een tentet geworden is) en het wat minder bekende maar hoogst intrigerende 8 Bold Souls van de al eerder genoemde Ed Wilkerson. David Murray heeft in dit soort werk al een lange traditie opgebouwd. Op de drempel van de jaren tachtig was zijn octet het speerpunt van een hele generatie jazzvernieuwers. Zijn strijdmakkers heetten toen onder anderen Henry Threadgill, George Lewis en Lawrence Butch Morris. Tot vandaag heeft Murray met zijn octet altijd flexibiliteit nagestreefd: zijn groep specialiseert zich niet in één segment van de jazztraditie, cultiveert niet één stijl of genre. Nee, Murray wil met zijn octet diverse repertoires ontdekken en aftasten. In een interview na een concert in het Franse Maubeuge vertelde Murray: "Mijn octet is van nature al een kameleon: we spelen heel verschillende dingen. We hebben filmmuziek gespeeld, we hebben de Picasso-suite gedaan, waarschijnlijk zullen we in de toekomst ook meer muziek van anderen op het repertoire nemen. Wellicht zullen we nog eens de muziek van Sly Stone bekijken en zeker ook die van Marvin Gaye." Dat Murray kort na de dood van Jerry Garcia uitpakt met de muziek van The Grateful Dead kan niet als lijkenpikkerij geïnterpreteerd worden: Murray en Garcia waren goed bevriend en eerder al traden ze samen op in Madison Square Garden. Met de steun van Bob Weir, zowat de aanvoerder van de achtergebleven leden van The Grateful Dead, wil Murray beklemtonen dat Garcia een geestesgenoot was, een man die net zoals Murray een eclectisch expressionisme huldigde, gul gedrenkt in blues-, funk- en gospeltradities.
De groep Octurn is in ons land een begrip geworden en zou dat in de nabije toekomst voor de buitenwereld ook moeten worden. Hier is Kris Defoort de man die een beetje achter de schermen aan de touwtjes trekt. Defoort kent deze muzikanten en hun gevoeligheden zo goed dat de groep als het ware een uitgelezen speelterrein is voor zijn werk als componist en arrangeur. Composities als 'Chromatic History', 'Ocean', 'Happy' en 'Bleu' getuigen van durf en flexibiliteit. Solisten worden op sluwe wijze naar voren geschoven en even gerafinneerd weer tot bedaren gebracht, het verschuiven van stemmen geeft aanleiding tot subtiele omkeringen in sfeer.
De verwantschap met het octet 8 Bold Souls uit Chicago is soms treffend. Ed Wilkerson leidt dit ensemble doorheen een reeks subtiele composities en verrassende arrangementen. Wilkerson cultiveert een bepaald gevoel voor drama en vooral voor suspense: de kracht van een uitgestelde climax is een van de constanten in zijn vaak mysterieus aandoende composities. Wie nog nooit van deze groep hoorde staat voor een ontdekking zonder weerga.
Credits
klarinet
fluit
trompet
trombone
piano
Meer