Dorothee Jansen - Francis Grier
De sopraan Dorothee Jansen is een jonge belofte die ervan houdt haar programma's een avontuurlijke toets te geven. Ze stelt zich in deSingel voor met niemand minder dan Schubert en kiest een heel bijzondere invalshoek: liederen rond Thérèse Grob, de eerste liefde van de jonge componist. Zij is het buurmeisje van de componist en zingt de sopraansolo in de mis die hij gecomponeerd heeft in 1814, wanneer hij zeventien jaar oud is. De stille liefde die Schubert voor haar koestert, wordt de inspirerende kracht voor een aantal van zijn sterkste vroege liederen zoals Das Mädchen aus der Fremde en Gretchen am Spinnrade. In 1816 draagt hij een album met liederen aan haar op. Klage an den Mond en Edone zijn typisch voor de weemoed en de triestheid van het diepe, maar steeds onvervulde liefdesverlangen van de componist. Thérèse Grob trouwt in 1820 een meesterbakker, Johann Bergmann. Een gebeuren dat het gevoel van mislukt zijn in het leven bij Schubert waarschijnlijk toen al verscherpt heeft. De tederheid in de liederen botst dan ook telkens weer met een gevoel van diepe ontgoocheling en hier en daar is de typische doodsgedachte uit het oeuvre van Schubert niet ver af.
Werken
Liederbuch der Thérèse Grob