Ensemble Explorations
Het Musikalisches Opfer BWV1079 behoort samen met Die Kunst der Fuge tot de zogeheten abstracte werken van Bach. Werken waarin Bach al zijn compositorisch vernuft uitleefde, zonder dat hij daarbij rekening moest houden met de mogelijkheden en beperkingen van een specifieke bezetting.
Het uitgangspunt van het Musikalisches Opfer is een thema dat Frederik de Grote, koning van Pruisen, opgaf tijdens een bezoek van Bach in het stadspaleis van Potsdam. Daar werd iedere avond van zeven tot negen uur kamermuziek gespeeld. De koning speelde zelf fluit en nodigde Bach uit de vele Silbermann-klavecimbels die in het paleis verspreid stonden te testen. Na enige tijd vroeg Bach de koning een thema op te geven dat Bach onmiddellijk 'à l'improviste' in een vrije driestemmige fuga verwerkte. Op Frederiks vraag naar een zesstemmige fuga moest Bach eerst passen. Later, terug in Leipzig, zette hij zich aan het werk en even later publiceerde hij zijn geïmproviseerde driestemmige fuga samen met de nieuwe zesstemmige, aangevuld met een vierdelige triosonate voor fluit, viool en continuo en een aantal kunstige canons, allemaal op hetzelfde koninklijke thema. Het Musikalisches Opfer is geen echte cyclus, eerder een bundeling van verschillende solo- en ensemblestukken. Het is een geniaal demonstratiestuk van muzikale kunde en inventiviteit. Abstract en toch ontroerend.
Werken
Sonate voor viool en basso continuo in E, BWV1016
Sonate voor traverso en basso continuo in e, BWV1034
Musikalisches Opfer, BWV1079
Credits
viool
fluit
klavecimbel
cello
ensemble