Florestan Trio
Schumann
Als nieuwe muziekdirecteur van het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen realiseert Philippe Herreweghe meteen een oude droom: een weekend met muziek van Robert Schumann (1810-1856).
Schumann is zeker geen perfect componist. Als je zijn werken naast die van zijn tijdgenoot Felix Mendelssohn-Bartholdy plaatst, zie je een verschil van dag en nacht, van zomer en winter. De blijmoedige Felix staat naast de zwaarmoedige Schumann. De man die quasi moeiteloos succes na succes behaalt naast de man die met de materie vecht en tijdens een moeizaam compositieproces aan zijn muzikale invallen vijlt. In het begin van zijn leven schrijft Schumann uitsluitend stukken voor piano, waarbij het donkere, het unheimliche en angsttoestanden de bovenhand hebben. Schumann voelt reeds in 1833 de nakende waanzin, zo blijkt uit een latere brief aan Clara Schumann, geboren Wieck. Het is bekend dat de geliefden pas na jarenlange tegenkantingen van vader Wieck, die een betere partij voor zijn dochter gewenst had, in 1840 kunnen huwen. In dat jaar ontstaan maar liefst honderd veertig liederen, die in het verlengde liggen van de liedtraditie van Schubert. 1841 wordt het jaar van de symfonie: Schumann schrijft zijn eerste symfonie en delen van de vierde. In de komende jaren componeert hij heerlijke werken voor kamermuziekbezetting: drie strijkkwartetten, een pianokwartet en een pianokwintet. Ook hier een overvloed aan stemmingen: dweperig verlangen wordt afgewisseld met dromerige nachtgedachten. De erkenning voor zijn werk laat wel op zich wachten, zijn vrouw Clara heeft meer succes als concertpianiste.
Schumann's depressies nemen toe en ook financiële problemen leiden niet bepaald tot vrolijkheid. In 1850 schijnt een verbetering in zicht: Schumann krijgt de positie van muziekdirecteur in Düsseldorf, een plaats die voordien Mendelssohn en Hiller bekleedden. Maar Schumann blokkeert, hij kan niet met het grote apparaat dat een symfonisch orkest is, communiceren. Meer en meer moeten assistenten zijn concerten dirigeren. In 1854 komt het tot een crisis: Schumann lijdt aan een kwellende gehoorstoornis, schreeuwt het uit vol angst en vertwijfeling. Wanneer hij in een onbewaakt moment in de Rijn springt, wordt hij maar op het nippertje door schippers gered en belandt hij in de 'Heilanstalt' van Endenich. Hier leeft hij nog tweeënhalf jaar, te sterke emoties hebben zijn geest verzwakt. Hij sterft in totale geestelijke verwarring op 29 juli 1856.
De verschillende facetten van Schumann's oeuvre moeten tijdens dit weekend, dat de allure van een geconcentreerd minifestival heeft, uitgebreid aan bod komen: liederen, pianowerk, kwartet en kwintet, het vioolconcerto en twee symfonieën. Met uiteraard het Filharmonisch Orkest en met enkele jonge artiesten, specialisten uit binnen- en buitenland als de violiste Jane Peters, de pianist François-Frédéric Guy, het Florestan Trio en het Spiegel Kwartet. Verder staat er ook elke dag een lezing op het programma. Dr. Gerd Nauhaus, voorzitter van de Robert Schumann-Stiftung, geeft een algemene inleiding over de figuur Robert Schumann. Prof. Franz Baro belicht de rol van de waanzin in het leven van de componist.
Als nieuwe muziekdirecteur van het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen realiseert Philippe Herreweghe meteen een oude droom: een weekend met muziek van Robert Schumann (1810-1856).
Schumann is zeker geen perfect componist. Als je zijn werken naast die van zijn tijdgenoot Felix Mendelssohn-Bartholdy plaatst, zie je een verschil van dag en nacht, van zomer en winter. De blijmoedige Felix staat naast de zwaarmoedige Schumann. De man die quasi moeiteloos succes na succes behaalt naast de man die met de materie vecht en tijdens een moeizaam compositieproces aan zijn muzikale invallen vijlt. In het begin van zijn leven schrijft Schumann uitsluitend stukken voor piano, waarbij het donkere, het unheimliche en angsttoestanden de bovenhand hebben. Schumann voelt reeds in 1833 de nakende waanzin, zo blijkt uit een latere brief aan Clara Schumann, geboren Wieck. Het is bekend dat de geliefden pas na jarenlange tegenkantingen van vader Wieck, die een betere partij voor zijn dochter gewenst had, in 1840 kunnen huwen. In dat jaar ontstaan maar liefst honderd veertig liederen, die in het verlengde liggen van de liedtraditie van Schubert. 1841 wordt het jaar van de symfonie: Schumann schrijft zijn eerste symfonie en delen van de vierde. In de komende jaren componeert hij heerlijke werken voor kamermuziekbezetting: drie strijkkwartetten, een pianokwartet en een pianokwintet. Ook hier een overvloed aan stemmingen: dweperig verlangen wordt afgewisseld met dromerige nachtgedachten. De erkenning voor zijn werk laat wel op zich wachten, zijn vrouw Clara heeft meer succes als concertpianiste.
Schumann's depressies nemen toe en ook financiële problemen leiden niet bepaald tot vrolijkheid. In 1850 schijnt een verbetering in zicht: Schumann krijgt de positie van muziekdirecteur in Düsseldorf, een plaats die voordien Mendelssohn en Hiller bekleedden. Maar Schumann blokkeert, hij kan niet met het grote apparaat dat een symfonisch orkest is, communiceren. Meer en meer moeten assistenten zijn concerten dirigeren. In 1854 komt het tot een crisis: Schumann lijdt aan een kwellende gehoorstoornis, schreeuwt het uit vol angst en vertwijfeling. Wanneer hij in een onbewaakt moment in de Rijn springt, wordt hij maar op het nippertje door schippers gered en belandt hij in de 'Heilanstalt' van Endenich. Hier leeft hij nog tweeënhalf jaar, te sterke emoties hebben zijn geest verzwakt. Hij sterft in totale geestelijke verwarring op 29 juli 1856.
De verschillende facetten van Schumann's oeuvre moeten tijdens dit weekend, dat de allure van een geconcentreerd minifestival heeft, uitgebreid aan bod komen: liederen, pianowerk, kwartet en kwintet, het vioolconcerto en twee symfonieën. Met uiteraard het Filharmonisch Orkest en met enkele jonge artiesten, specialisten uit binnen- en buitenland als de violiste Jane Peters, de pianist François-Frédéric Guy, het Florestan Trio en het Spiegel Kwartet. Verder staat er ook elke dag een lezing op het programma. Dr. Gerd Nauhaus, voorzitter van de Robert Schumann-Stiftung, geeft een algemene inleiding over de figuur Robert Schumann. Prof. Franz Baro belicht de rol van de waanzin in het leven van de componist.
Werken
'Fantasiestücke' voor piano, viool en cello, opus 88
Trio voor piano, viool en cello nr 1 in d, opus 63