Frank Peter Zimmermann - Mario Brunello
Kodály - Cassadó - Martinú - Ravel - Paganini
Voor de duo-avond met violist Frank Peter Zimmermann en cellist Mario Brunello staan meesterwerken uit het begin van de twintigste eeuw op het programma.
Zoltán Kodály's Duo voor viool en cello ontstond in de zomer van 1914 in Boedapest. Kodály speelt de karakteristieken van beide instrumenten tegen elkaar uit en verbindt de virtuoze glans van de viool met de intensiteit en de melancholie eigen aan de cello. Het Duo van Bohuslav Martinú is typisch voor diens Parijse periode, elegant en speels, hoewel hij zijn Tsjechische afkomst - ook hier spreekt de Slavische ziel - helemaal niet verloochent.
Voor het derde duo blijven we in Parijs. De sonate voor viool en cello van Maurice Ravel werd er in 1922 op onbegrip onthaald, de pers sprak van een muzikaal massacre. Onbegrijpelijk, want het werk betekende een nieuwe wending in Ravel's carrière en overstijgt met zijn sobere vormen en streng architectonische opbouw het gebruikelijke impressionisme van zijn vroeger werk.
Beide artiesten vertolken ook een solowerk. Voor de cello wordt dat een compositie van Gaspar Cassadó, een Spaanse generatiegenoot van Pablo Casals. Voor de vioolliefhebbers houdt Frank Peter Zimmermann een verrassingswerk van Paganini in petto.
Werken
Duo voor viool en cello, opus 7
Suite voor cello solo
Introductie en variaties bij 'Nel cor più non mi sento'
Duo voor viool en cello
Sonate voor viool en cello
Credits
viool
viool
viool
viool
viool
Meer