Gabrieli Consort & Players
Händel
Voor de reeks Hoogdagen hebben we dit jaar, naast The Messiah van Händel, gekozen voor iets minder gekende werken rond het paas- en kerstgebeuren. Daarbij is het oratorium prominent vertegenwoordigd in drie van de vier concerten. Het oratorium - kort gezegd een vocaal dramatisch werk met religieus thema, dat meestal niet scenisch wordt vertolkt - is in feite een kind van de Contrareformatie. De katholieke kerk wilde zijn gelovigen terug; een betere verstaanbaarheid van de heilige teksten leek één van de middelen om dit doel te bereiken. Naar model van de middeleeuwse mysteriespelen voerde men in het oratorium, een speciale gebedsruimte in de kerk, laudi spirituali of geestelijke spelen op. Oorspronkelijk waren dat religieuze liederen of eenvoudige uitbeeldingen uit de bijbel, soms allegorische taferelen met een minimum - waarschijnlijk door de ruimtelijke beperkingen - aan theatrale handeling. Ze lokten veel volk, vandaar dat men zei dat men naar het oratorium ging. Tot een der drukbezochtste kerken in Rome behoorde de Santa Maria in Vallicella, gesticht door Filippo Neri. Hier werd het eerste als dusdanig bestempelde oratorium uitgevoerd, de Rappresentazione di Anima e di Corpo van Emilio de Cavalieri. De oratoria onderscheiden zich door een grote formele souplesse die een aaneenschakeling van diverse stijlelementen - aria's, recitatieven en soms monumentale koren - mogelijk maakt, een kenmerk dat ze trouwens met de toen eveneens opgang makende opera gemeen hadden.
Marco Marazzoli (ca. 1600-1662) behoort samen met Giacomo Carissimi (1605-1674) en Luigi Rossi (1597-1653) tot de eerste vertegenwoordigers van het oratorium. Zijn San Tomaso, dat we in de interpretatie van het vocaal ensemble Cantus Cölln horen, behandelt het verhaal van de ongelovige Thomas. Het bezit ondanks een zekere gestrengheid mooie lyrische of zelfs dramatische passages, bijvoorbeeld wanneer de ongelovige Thomas Christus om vergiffenis voor zijn ongeloof vraagt. Daarnaast zijn er twee oratoria van Marazolli's tijdgenoot Heinrich Schütz (1585-1672), leerling van Giovanni Gabrieli (1557-1612) en Claudio Monteverdi (1567-1643) die toch een volkomen eigen stijl ontwikkelde. In zijn rijpe periode worden zijn werken, waaronder Die Sieben Worte Jesu Christi am Kreuz SWV 478 uit 1645, gekenmerkt door een hoge graad aan eenvoud en soberheid, gekoppeld aan een ongewoon heftig pathos en sterke uitingen van religieus verdriet. Heinrich Schütz introduceerde het recitatief in Duitsland en hij schreef het eerste 'moderne' oratorium in het Duits. De componist keerde zich van de wereld af. Dat wordt weerspiegeld in zijn theorie van de onzichtbare muziek: de muziek moest in een volledig lege ruimte weerklinken met de zangers verscholen in een afgedekte orkestbak, zodat geen enkel visueel gegeven de aandacht van de essentie van de muziek zou kunnen afleiden.
Heinrich Schütz is ook de rode draad in het originele kerstrecital van The Academy of Ancient Music onder leiding van Paul Goodwin. Het programma bevat bijbelse teksten over de eerste voorbereidingen tot de geboorte van Jesus zelf, vermengd met aangepaste vreugdevolle teksten en instrumentale passages. De koralen, waarin we het hele kerstverhaal kunnen volgen, zijn alle van Schütz; de instrumentale stukken, die het concert in verscheidene blokken opdelen, stammen van tijdgenoten als Johann-Heinrich Schmelzer (1623-1680), Biagio Marini (1587-1663) en de reeds eerder vernoemde Giovanni Gabrieli.
Van Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788), de tweede oudste van de componerende zonen van de grote Bach, brengt het Koor en Orkest van het Collegium Vocale onder leiding van Philippe Herreweghe een uitvoering van Die letzten Leiden des Erlösers uit 1769/70. In dit werk dat het midden houdt tussen een passieverhaal en een oratorium ligt de klemtoon niet als vroeger op de handelingen van de bijbelse personages maar op de religieuze emoties die het verhaal oproept. Met zijn wisselende en contrasterende stemmingen past het volledig binnen Bachs opvattingen over de "Empfindsamkeit", waarbij het hele spectrum van de menselijke gevoelens via de muziek op de luisteraar moeten worden overgedragen.
George Frederic Händels (1685-1759) Messiah is allicht het populairste werk van deze Duits/Engelse componist. Het slotkoor van het tweede deel, het Hallelujah, behoort tot de toptien van de klassieke muziek. Het oratorium werd doorheen de tijden veelvuldig geretoucheerd en geherorkestreerd - eerst door Händel zelf, dan door Mozart die het orkest aanzienlijk uitbreidde, later door nog andere 'componisten' tot een herdenking van Händels honderdste sterfdag in 1859 een koor van tweeduizendzevenhonderdvijfenzestig zangers en een orkest van vierhonderdzestig musici op de been bracht. Zo ver zullen het Gabrieli Consort & Players en dirigent Paul McCreesh het wel niet drijven. Van hen kunnen we een interpretatie verwachten die niet Händels gebruikelijke 'pomp and glory' in de verf zet, maar één die de historische en universele relevantie van The Messiah evoceert.
Werken
Oratorium 'Messiah', HWV56
Credits
muzikale leiding
sopraan
mezzosopraan
tenor
bas-bariton
Meer