José van Dam - Symfonieorkest van de Munt - Libor Pesek
Janácek - Martin - Dvorák
De tweede bariton in de liedserie is een boegbeeld van de Belgische vocale wereld: José van Dam. Ook hij kiest voor ten onrechte verwaarloosd werk: Sechs Monologe aus 'Jedermann' van de Zwitserse componist Frank Martin (1890-1974).
Martin componeerde deze liederen in 1943 op tekst van Hugo von Hoffmannsthal. Een werk dat even indringend is als de bekendere cyclus voor mezzo en orkest: Die Weise von Liebe und Tod des Cornetts Christoph Rilke.
Sechs Monologe aus 'Jedermann' schetst een episode uit het leven van een mens: de op elkaar volgende gevoelens die de rijke Jedermann ervaart in zijn stervensuur. Zijn angst, zijn verraderlijk vertrouwen op zijn goud, zijn berouw en zijn bekering tot Christus, de verlosser.
Harde akkoorden en demonische klanken wisselen af met ontroerende melodieën en snijdende dissonanten. Aan de zangstem heeft Frank Martin een bijzonder expressieve declamatieve kracht weten te geven. Een troef die José Van Dam moeiteloos uitspeelt.
De 6 Monologe worden treffend omkaderd door de suite voor strijkers van Leos Janácek (1854-1928) en de Symfonie nr 6 in D, opus 60 van Antonin Dvorák (1841-1904).
Werken
Suite voor strijkers, JW6/2
Sechs Monologe aus Jedermann
Symfonie nr 6 in D, opus 60