Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen - Philippe Herreweghe
Brahms - Mahler
Des Knaben Wunderhorn (1805-1808), een romantische verzameling van anonieme volksgedichten gebundeld door Achim von Arnim en Clemens Brentano, ligt aan de basis van de gelijknamige liedcyclus van Gustav Mahler. Anders dan Schubert of Wolf gebruikt Mahler het geschreven woord voornamelijk als aanzet voor grootschalig, symfonisch werk: fragmenten uit verscheidene gedichten worden soms samengevoegd, veranderd of weggelaten, de menselijke stem is daarbij slechts één instrument binnen het weefsel van het orkest. De gedichten vertolken in al hun eenvoud de somtijds fatalistische, somtijds ironische omgang met de grote levensvragen en sluiten nauw aan bij Mahler's eigen levensgevoel. De dertien gedichten die Mahler voor deze cyclus koos, komen veelal uit de sfeer van het soldatenleven - Woyzeck is niet veraf - en staan als metafoor voor het lijden van de mens, zijn streven naar onthechting en geluk.
Brahms schreef de Serenade nr 1 als eerste, uitgewerkte toenadering tot het genre van de symfonie. Nog steeds voelde hij de zware stap van Beethoven achter zich, probeerde hij van onder de slagschaduw van de symfoniereus uit te komen. Dat is hem gelukt, zeker in de versie voor groot orkest - de oorspronkelijke voor kamerbezetting heeft Brahms vernietigd - met zijn ongecompliceerde thema's en doorschemerende volksdeuntjes.
Credits
muzikale leiding
muzikale leiding
sopraan
sopraan
bariton
Meer