La Stagione Frankfurt - Michael Schneider
Plaatsen en kunstenaars zijn soms onlosmakelijk en ongewild met elkaar verbonden. Zo kon Haydn in 1761 onmogelijk vermoeden dat hij met zijn aanstelling bij Esterházy een periode van dertig jaar tegemoet ging waarin hij de invloedrijke en welgestelde Hongaarse vorst en zijn familie zou (moeten) dienen. Haydn nam bij de Esterházy's alle taken van een Kapellmeister op zich: de compositie en uitvoering van gelegenheidswerken, symfonieën, kwartetten, opera's en pianomuziek.
De symfonieën die hij tussen 1766 en 1775 componeerde - een periode die doorgaans zijn Sturm-und-Drangperiode wordt genoemd -, verrassen door hun directe toon. Ze moeten als ware openbaringen geklonken hebben. De symfonie was in die tijd immers niet meer dan elegante achtergrondmuziek voor een adellijk publiek, zeg maar de muzak van zijn tijd. Haydn bezat de moed om symfonieën met een geheel ander karakter te schrijven. Hij verliet de gebruikelijke efemere en "onschadelijke" toon en schrok er niet voor terug hevige gevoelsuitbarstingen of donkere melancholie op te roepen: Symfonie nr 44 - onder de sprekende bijnaam Trauersinfonie - is hiervan het beste bewijs. Symfonie nr 47 is daarentegen één van de meest stralende werken uit zijn symfonische catalogus, een bruisend spel van contrasten en timbres.
Het orkest waarover Haydn kon beschikken, had een relatief kleine bezetting. In het begin telde het tussen de twaalf en zestien instrumentisten en zelfs op het einde van zijn dienstjaren bij Esterházy waren er niet meer dan vijfentwintig. Gelukkig kon Haydn rekenen op uitstekende musici als Konzertmeister Luigi Tomasini of de virtuoze cellist Anton Kraft. Voor deze laatste componeerde hij het tweede celloconcerto (1783), een werk waarin hij erg ver ging in de ontginning van de technische mogelijkheden van het instrument. Toch staat de schoonheid van de melodie centraal in het werk. Dat heeft het vanaf zijn eerste uitvoering tot op de dag van vandaag tot een geliefkoosd werk bij het publiek gemaakt.
Werken
Concerto voor cello en orkest nr 1 in C, HobVIIb:1
Ouverture uit de opera 'La vera Costanza', Hobla:15
Symfonie nr 47 in G, HobI:47 'Das Palindrom'
Symfonie nr 44 in e, HobI:44 'Trauersinfonie'