Levente Kende
Liszt - Kurtág
Virtuositeit en verfijning, dat is de vlag die de lading dekt van deze geheel Hongaarse klavieravond. Met Levente Kende, ontdekken we gekend en minder gekend repertoire van Franz Liszt (1811-1886) en György Kurtág (°1926). Kurtág's Jàtékok of Spelen is een groeiende verzameling van korte tot ultrakorte speeldoosmuziekjes voor piano. Na Webern is Kurtág de enige die op zo'n korte tijd - sommige stukken duren amper een minuut - iets gezegd kan krijgen. Bovendien slaagt hij erin ernst en onernst, speelsheid en diepzinnigheid met elkaar te verbinden. Jàtékok vormt een mooi contrast met de muziek van Liszt.
In tegenstelling tot Beethoven die zeker in zijn late werk geen rekening hield met de fysieke mogelijkheden van de uitvoerder, wist Franz Liszt (1811-1886) zelfs in zijn meest virtuoze pianomuziek een maximum aan effect te behalen zonder de vingers te bruuskeren. Hij staat aan de wieg van het moderne pianospel, hierbij gesteund door de verfijningen en veranderingen in de mechaniek van het instrument. Vooral in zijn rijpe werken heeft Liszt zich geprofileerd als symfonicus aan de toetsen en overstijgt hij het niveau van de klaviertijgerij en van de duivelskunstenaar. De werken die Levente Kende voor dit recital koos, komen voornamelijk uit de laatste en rijpe periode van de componist. Naast verscheidene minder gekende en sterk verinnerlijkte werken als het gedepouilleerde Unstern of de satanische Mephisto- Wals, volgt als afsluiter de magistrale Sonate in h, een scharniermoment niet alleen in het leven van Liszt maar in de muziek van de negentiende eeuw tout court.
Werken
Elegie nr 1 en 2, S130 en S131
selectie uit 'Historische ungarische Bildnisse', S205
Unstern: sinistre, disastro, S208
Mephisto-polka, S217
Mephisto-wals nr 1, S514
Sonate voor piano in b, S178
Játékok