Lindsay String Quartet
Britten - Elgar - Tippett
Op 22 november, de feestdag van de Heilige Cecilia, de patrones van de muziek, wordt Benjamin Britten (1913-1976) geboren. Het is al snel duidelijk dat hij zich passioneel zal bezighouden met muziek. Op vijfjarige leeftijd schrijft hij zijn eerste composities en als knaap van dertien studeert hij harmonie en contrapunt bij Frank Bridge. Met Variations on a theme of Frank Bridge zal hij bovendien in 1937 zijn eerste echte succes behalen. Aangespoord door zijn muzikale ouders en door Bridge trekt hij naar het Royal College of Music te Londen waar John Ireland en Arthur Benjamin hem onderricht geven in compositie en piano. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog treedt hij in dienst bij een filmmaatschappij waar hij documentaire films van aangepaste muziek voorziet. Net als zijn vriend-dichter Auden verlaat hij Engeland in 1939 omwille van de toenemende oorlogsdreiging en zoekt hij zijn heil in de Verenigde Staten samen met zijn partner Peter Pears. De tenor Pears zal later vaak de hoofdrol spelen in Brittens opera's en vele van zijn liederen vertolken. Hoewel de Amerikaanse periode voor Britten vrij productief is, kan hij er niet aarden en hij keert in 1942 terug naar Engeland. Daar schrijft hij in 1945 de opera Peter Grimes die een ongemeen succes wordt in heel Europa. Aangemoedigd door de enthousiaste reacties sticht hij in 1947 een eigen operagezelschap, The English Opera House, dat de meeste van Brittens latere opera's op de planken brengt. Datzelfde jaar organiseert hij voor de eerste keer een muziekfestival in zijn dorp Aldeburgh en ontpopt hij zich als didactisch componist van kinderopera's Let's make an opera en werken voor de jeugd Young Person's Guide to the Orchestra. Britten draagt kinderen en amateurgezelschappen inderdaad een warm hart toe en zal zijn verdere leven heel regelmatig creaties voor hen maken, hoewel hij hierdoor niet altijd even au sérieux wordt genomen.
In de jaren vijftig legt Britten zich hoofdzakelijk toe op opera's en vocale werken en maakt hiervoor onder meer gebruik van de teksten van Auden, Blake, Puschkin, T.S. Eliot, Henry James en Thomas Mann. Na zijn laatste opera Death in Venice is het voor Britten niet meer mogelijk om veel te componeren wegens ziekte. In 1976, één jaar na de creatie van zijn derde strijkkwartet, sterft hij. Ondanks het succes en de terechte waardering die hem te beurt vielen, is Britten een controversieel figuur gebleven. Als pacifist, socialist en homoseksueel kon hij in het naoorlogse Engeland niet op de sympathie rekenen van het establishment. Zijn burgerlijke mentaliteit speelde hem dan weer parten in intellectuele middens. Zo ook met zijn muziek : in avant-garde kringen waar de principes van Berg, Webern en Schönberg nog volop heersten, werd zijn muziek als regressief en reactionair bestempeld. De meer traditionele richting had het dan weer moeilijk met Brittens eigenzinnige composities.
Vandaag wordt Benjamin Britten in de eerste plaats gewaardeerd omwille van zijn vocaal werk dat na de Tweede Wereldoorlog voor een enorme heropleving van de Engelse opera heeft gezorgd. De appreciatie voor zijn werk is goed te vergelijken met de houding tegenover het werk van zijn tijdgenoot en vriend Sjostakovitsj. Beiden schreven muziek die vrij toegankelijk is voor een breed publiek en die relatief veel succes kent maar die ondanks vernieuwingen en experimenten toch niet avant-gardistisch te noemen is.
deSingel heeft er bewust voor gekozen om in deze reeks Britten-concerten niet zijn overbekende vocale werk centraal te stellen maar wel het instrumentale werk en vooral zijn kamermuziek.
Op 19 september voert de Nederlandse cellist Pieter Wispelwey de drie cellosuites van Britten op zijn eigengereide manier uit. Deze suites, die geschreven zijn tussen 1964 en 1971, vormen net als zovele andere werken van Britten de neerslag van een ontmoeting met een muzikant. In dit geval gaat het om de Russische cellist Mstislav Rostropovich, voor wie hij zijn Symphony for cello and orchestra schreef en zijn drie cellosuites. Het genre, dat zijn oorsprong vindt bij Bach, werd in de negentiende eeuw niet meer beoefend. In 1915 nam Max Reger de draad weer op met drie cellosuites en later volgden nog creaties van Hindemith, Kodaly, Ligeti en Xenakis.
De Beethoven Academie, het huisorkest van deSingel, brengt onder leiding van Harry Christophers de reeds vermelde Sym-phony for cello and orchestra en de Variations on a theme of Frank Bridge. Raphael Wallfisch, die onlangs een opmerkelijke cd uitbracht waarop dit celloconcerto te horen is, treedt als solist op.
Elk jaar is het Prometheus Ensemble te gast in deSingel. Dit jaar plaatsen zij enkele vroege werken van Britten, namelijk zijn Sinfonietta en Lachrymae, tussen de creaties van andere Britse componisten zoals Maxwell Davies, Birtwistle, Bridge en Ferneyhough.
Het derde strijkkwartet uit 1975 en het Fantasiekwartet met hobo uit 1932 worden op 16 en 18 januari door het Londense Lindsay Kwartet vertolkt. Zij tasten de grenzen van Brittens werk af door zijn tweede en zijn voorlaatste compositie samen te brengen. Terwijl zijn Fantasiekwartet nog in de traditie van Beethoven geschreven is binnen het veilige tonale domein, trekt het Strijkkwartet nr 3 de aandacht omwille van de minder evidente relatie met deze tonaliteit. Het Lindsay Kwartet confronteert dit werk met de strijkkwartetten van Michael Tippett en Edward Elgar. Brittens laatste kwartet werd enkele weken na zijn dood voor het eerst uitgevoerd en wordt nu beschouwd als één van zijn mooiste composities.
Werken
Strijkkwartet nr 3, opus 94
Strijkkwartet nr 5
Strijkkwartet in e, opus 83
Credits
viool
altviool
cello
ensemble