London Philharmonic Orchestra - Paavo Berglund
Sjostakovitsj componeerde zijn Achtste Symfonie na de overwinning van het Rode Leger op de Duitsers in Stalingrad (1943). Toch valt er weinig optimisme in de partituur te bespeuren. Sjostakovitsj vluchtte bij zijn commentaar op het werk in nauwelijks verholen sarcasme: "Nu de vrijheidslievende volkeren het juk van het Hitler-fascisme kunnen afwer-pen, zullen we onder de zon van Stalin een vredevol leven voeren". De sovjetautoriteiten reageerden navenant. Ze negeerden de première en zetten het werk in 1948 op de index. Een partijbonze vergeleek de muziek met "een drilboor" en met "een muzikale gaskamer". Nonsens natuurlijk, al is de reactie van de sovjetoverheid vanuit haar optiek begrijpelijk. De Achtste is het lange, hyperindividualistische relaas van een door de verschrikkingen van de oorlog geschokt individu. De solidariteit die eruit spreekt, is puur menselijk en niet partijgebonden. In zijn memoires verklaarde de componist dat de Achtste nog subversiever was dan de sovjetcritici hadden onderkend. "De Zevende en de Achtste zijn mijn Requiem, niet alleen voor de slachtoffers van de oorlog, maar ook voor mijn landgenoten die tijdens de pogroms op bevel van Stalin omgekomen zijn".