Moore Quintet
Tunes for Horn Guys
'Horns': in het jargon van de jazzmuzikant is het een begrip, maar je kunt het bijna niet vertalen. Een 'horn' is een blaasinstrument, in principe om het even welk blaasinstrument op voorwaarde dat je er een redelijke solo mee kunt neerzetten, een solo met body en met soul. Een dwarsfluit is geen 'horn', een klarinet kan er soms mee door en ook tuba's zitten vaak ergens op de grens. De volbloed 'horns', dat zijn de saxofoons, trompetten en trombones: zij produceren voldoende volume om te slagen. 'Toeters' zou misschien nog een aardige vertaling zijn, al klinkt dat te kinderlijk, niet mannelijk genoeg. Want een 'horn' bespelen is een prestigezaak, geen karwei voor doetjes en soft guys. Een 'horn' bespelen is mannenwerk, zo wil het eeuwige jazzcliché.
Het viertal van Slideride drijft dit cliché bijna tot in het absurde door. Slideride is een kwartet van vier trombones die alle vier nadrukkelijk de hoofdrol opeisen. Met Ray Anderson, Graig Harris, George Lewis en Gary Valente aan het roer levert dat een uiterst boeiende en aantrekkelijke mengeling op met veel ruimte voor vreugdevolle duels en uitbundige uitbarstingen. Hun repertoire is eigentijds en eigenzinnig, maar bevat ook een aantal verborgen parels uit de jazzliteratuur. De debuut-cd van het kwartet bevatte onder andere twee minder bekende Ellingtoncomposities en het beroemde Lotus Blossom van Billy Strayhorn, wat aanleiding geeft tot slimme knipogen en allusies. Slideride zag het levenslicht op het festival van Willisau in 1994. De reacties op het concert waren zo overweldigend dat diverse Europese concertorganisatoren het viertal meteen wilden strikken voor hun eigen festivals. Helaas: de drukke agenda's van de vier trombonisten bleken zelden te verzoenen. Het concert in deSingel is dus een buitenkans.
Vier trombones op een rij is zeldzaam, een saxofoonsextet is dat ook. De formule is zowat het testament van componist en mentor Julius Hemphill. Met de opnamen Fat Man And The Hard Blues en Five Chord Stud zette hij kort voor zijn dood in 1995 de bakens uit. Eerder was Hemphill al de drijvende kracht achter het World Saxophone Quartet. Kenners beschouwen hem als een van de interessantste en authentiekste jazzcomponisten van na 1960. Zijn leerling Marty Ehrlich maakt er een erezaak van om de Hemphill-traditie verder te zetten en uit te diepen. Vorig seizoen bracht hij in deSingel al een adembenemend concert met een vooral Brits gekleurd sextet. Nu is het de beurt aan de Amerikaanse variant met Sam Furnace, Andy Laster, Alex Harding, Andrew White en Andy Ghee. Zij brengen de ontroerende, diep in de traditie gewortelde en toch radicaal moderne muziek van Hemphill tot volle bloei.
Speelse ernst is ook het motto van Tunes For Horn Guys, een van de vele projecten van rietblazer Michael Moore. De Amerikaan Moore is niet voor niets in Nederland gaan wonen want in het rijke Amsterdamse improvisatiemilieu ontdekte hij een onbevangen, ontvankelijke en bevlogen attitude, een perfecte voedingsbodem voor de stoutmoedige ideeën van deze schuchter kijkende man. Net zoals Slideride is Tunes For Horn Guys tegelijk een groep en een plaat: de cd verscheen op Moores eigen label Ramboy (een typische naam: klein maar dapper) en bevat zeventien korte stukjes van eigen hand. De leden van de groep zijn allemaal Amsterdamse 'toeteraars': Ab Baars en Tobias Delius (tenorsax en klarinet), Frank Gratkowsky en Michael Moore (altsax en klarinetten) en Wolter Wierbos (trombone). Anders dan bij Slideride is de muziek van Tunes For Horn Guys vaak uiterst compact, slank en fragiel, vol vertakkingen en onverwachte zijsprongen.