Pieter Wispelwey
Het was reeds verschillende jaren de wens van cellist Pieter Wispelwey om in onze Blauwe Zaal tijdens één concert de Zes suites van Bach te vertolken. Zulk concert leek ons een geschikt orgelpunt voor de cyclus Kamermuziek waarin een muzikale boog wordt gespannen van de vroege achttiende eeuw naar vandaag. Het grootste gedeelte van Bachs oeuvre ontstond vanuit de specifieke opdrachten en functies die hij in de loop van zijn leven bekleedde. Zo werd hij in 1717 Kapellmeister in Köthen waar hij verantwoordelijk was voor de prinselijke kamermuziek én daardoor tijdelijk bevrijd werd van de vele verplichtingen als kerkmusicus. Hij schreef er zeer veel klaviermuziek, tal van wereldlijke stukken als de Franse en Engelse suites voor klavecimbel, vioolsonates en vioolconcerti, en de Brandenburgse concerten. Met de meesterlijke cellosuites kreeg zijn muziek een extra dimensie. Zij onderschrijven niet enkel zijn kennis van het typische idioom en van de technische mogelijkheden van het instrument, maar ook zijn kunst om polyfoon te componeren voor een eenstemmig instrument. Zonder bege-leidende baspartij weet Bach een meerstemmig weefsel te scheppen, waarvan de cellist door een aangepaste dynamiek en frasering de verschil-lende stemmen moet suggereren. Een opdracht waarin Pieter Wispelwey op onnavolgbare wijze slaagt.
Werken
Zes suites voor cello solo, BWV1007-1012
Credits
cello