Pieter Wispelwey - Dejan Lazic
De meest intieme vorm van kamermuziek is ongetwijfeld het duo, zeker in de combinatie cello en piano. Daarom koos Leos Janácek (1854-1928) allicht deze bezetting voor zijn muzikaal sprookje, dat in drie delen het gelukkige liefdesverhaal van tsarevitch Ivan en prinses Marya verhaalt. Ook de Introduction et Grande Polonaise Brillante van Frédéric Chopin (1810-1849) heeft een amoureuze en een adellijke aanleiding: Chopin componeerde het werk voor de bevallige dochter van prins Radziwill, prinses Wanda aan wie hij "bijzonder graag" pianoles gaf.
De andere werken waarmee Pieter Wispelwey zijn nieuwe muzikale partner Dejan Lazic aan het deSingel-publiek wil voorstellen, hebben geen anekdotische achtergrond maar behoren tot de grote postromantische school zoals die zich doorheen de hele twintigste eeuw bestendigde. De Drei Stücke van Hindemith (1895-1963), een jeugdwerk uit 1917, met Mahler en Debussy als peetvaders, laten in niets de latere zakelijke en objectieve stijl van de componist vermoeden. De sonate voor cello en piano opus 119 schreef Prokofiev (1891-1953) voor het duo Rostropovitch-Richter dat het werk op 1 maart 1950 creëerde. De sonate is tegelijk tijdloos en klassiek van snit en ontgint op meesterlijke wijze de mogelijkheden van vooral de cello.
Werken
Drei Stücke für Violoncello und Klavier, opus 8
Sonate voor cello solo, opus 25 nr 3
'Pohádka' voor cello en piano, JW7/5
'Introduction et grande polonaise brillante' voor piano en cello in C, opus 3
Sonate voor cello en piano in C, opus 119