Prazak Quartet - Quirine Viersen
"Wees niet bang, ik ben niet wild, je zal zacht in mijn armen slapen", zo spreekt de dood tot het meisje in het lied Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. Het zijn de eerste maten van dit lied die het thema aangeven van het beroemde langzame deel in het gelijknamige strijkkwartet. In dit zich majestueus ontvouwende thema mijmert Schubert over de mildheid en de troost die de dood kan bieden. Gedachten die in de jachtige finale een tegengewicht krijgen - en ook hier citeert Schubert zichzelf - met een uit de Erlkönig overgenomen motief, dat aan de angst en de afschuw voor de dood gestalte geeft. Naar het schijnt was het onbegrip van Schuberts tijdgenoten bij een van de eerste uitvoeringen quasi totaal, want het zou tot lang na zijn dood duren tot het werk de cultstatus verkreeg die het tot op de dag van vandaag heeft. Wat kan er het best volgen op zo'n monument uit de kamer-muziekliteratuur dan een ander groot werk? Ook over het Strijkkwintet hangt de schaduw van de dood, want Schubert componeerde het kort voor zijn overlijden. Al is daar in het laatste dansante deel niets van te merken en heeft dit ultieme kwintet een aura van een schoonheid die het normale bevattingsvermogen overstijgt.
Werken
Strijkkwartet nr 14 in d, D810, 'Der Tod und das Mädchen'
Strijkkwintet in C, D956, opus posth. 163
Credits
viool
altviool
cello
kwartet