Prometheus Ensemble - Etienne Siebens
Vanaf de première op 2 april 1800 - samen met de Eerste Symfonie - heeft het Septet voor strijkers en blazers, opus 20 van Ludwig van Beethoven een haast onafgebroken populariteit gekend. In het burgerlijke Wenen van begin negentiende eeuw circuleerden verscheidene versies voor wisselende bezetting. Die grote populariteit ergerde Beethoven dermate dat hij zei: "Ik wou dat het verbrand werd". Dat is gelukkig niet gebeurd, want ook al gaat het hier om een soort divertimento - lees een licht, ter verstrooiing geschreven werk - toch heeft het Septet genoeg artistieke waarde om ook vandaag nog uitgevoerd te worden.
Bovendien was het de directe aanleiding en voorbeeld bij uitstek voor Franz Schubert om zo'n kleine vijfentwintig jaar later zijn Octet te componeren. Schubert schreef het in opdracht van graaf Ferdinand von Troyer, die trouwens het Septet van Beethoven erg bewonderde. Met uitzondering van een tweede viool heeft het Octet dan ook dezelfde bezetting en een quasi parallelle opbouw.
Till Eulenspiegels lustige Streiche van Richard Strauss is met zijn lichte toon en inventieve humor de geschikte schakel tussen beide werken. Debussy beschreef het korte stuk niet zonder ironie als "een uur nieuwe muziek bij de gekken".
Werken
Octet voor strijkers en blazers in F, D803, opus posth. 166
Symfonisch gedicht 'Till Eulenspiegels lustige Streiche', opus 28
Septet voor strijkers en blazers in Es, opus 20