Roberto Cominati
Hoewel de piano in het oeuvre van Claude Debussy (1862-1918) een centrale plaats inneemt, zijn de meeste en beste werken voor dit instrument pas in de laatste scheppingsperiode van de componist ontstaan. Debussy bevindt zich daarbij enerzijds in het verlengde van de groten uit de pianoliteratuur, de lijn van Mozart, Beethoven, Schubert, Chopin en Liszt en anderzijds als eerste onder zijns gelijken met onder meer Bartók, Prokofiev en Messiaen. Het is Debussy's grote kracht dat in veel van zijn werken beide aspecten, verleden en moderniteit van de muziek, harmonieus weerklinken. Debussy is in elk geval meer dan de impressionistische toonschilder die men maar al te vaak in hem wil zien.
Dat laatste geldt eveneens voor Maurice Ravel (1875-1937) die op zijn manier zijn tijd vooruit was. Met zijn hoogst persoonlijke toon, ragfijne melodieën en heldere vormen heeft hij de taal van de klassieke muziek van binnenuit vernieuwd zonder de band met de tonaliteit geheel op te geven. De drie "poèmes pour piano" waaruit de cyclus Gaspard de la nuit bestaat en de oerversie van het orkestwerk La Valse gelden terecht als Ravels pianistiek meesterwerk. Ze verlangen naast een grote virtuositeit ook een zin voor transparantie en eenvoud van de pianist, eigenschappen die de jonge Roberto Cominati in huis heeft.
Werken
Nocturnes
Images, Boek I
Vier préludes
L'Isle Joyeuse
Gaspard de la nuit
La Valse: Poème chorégraphique
Credits
piano