Stephen Kovacevich
Van de drie grote sonates uit de laatste levensmaanden van Franz Schubert kent de middelste het meest gedecideerde begin. In het langzame deel dat thematisch teruggaat op het lied Pilgerweise: "Ik ben een pelgrim op deze aarde. En stil ga ik van huis tot huis", is zelden treffender en gebalder de conditio humanae in noten gevat. De beide sonates van Beethoven die pianist Stephen Kovacevich naast het monument van Schubert plaatst, hebben ieder eveneens iets van bekentenismuziek. De Stormsonate nr 17 componeerde Beethoven ten tijde van het zogenaamde Heiligenstädter Testament, in een toestand van diepe wanhoop en vertwijfeling die de maestro tot aan de rand van de zelfmoord bracht. Het werk is een hartstochtelijke smeekbede om begrip en genegenheid, gericht aan zijn broers en vrienden en, hoe kan het anders bij Beethoven, aan de wereld in het algemeen. Minder dramatisch gaat het er aan toe in de Sonate nr 28. Een recensent van de toen spraakmakende Leipziger Allgemeine Musikalische Zeitung schreef: "het werk van een ware schilder van de menselijke ziel, die zich op vreemde, nooit eerder betreden paden begeeft en ons door het labyrint van de gevoelens loodst".
Werken
Sonate voor piano nr 17 in d, opus 31 nr 2 'Storm'
Sonate voor piano nr 28 in A, opus 101
Sonate voor piano nr 20 in A, D959