Trio Fontenay
Brahms - Haydn - Sjostakovitsj
Drie avonden met telkens één pianotrio van Haydn, één van Brahms en één werk uit de twintigste eeuw, dat is het muzikaal project dat samen met het Duitse pianotrio Fontenay uitgewerkt werd.
Iedere avond begint met een van de late pianotrio's van Joseph Haydn (1732-1809). Terecht, want in zijn muziek voor piano speelt het genre niet alleen een primordiale rol - omzeggens eenzelfde rol als de pianoconcerto's van Mozart voor diens pianomuziek -, de pianotrio's van Haydn bevatten bijwijlen zijn meest geavanceerde muzikale gedachten en gedurfde vormexperimenten. Ook al waren ze voornamelijk voor de amateur, lees jonge dames uit de gegoede burgerij geschreven, toch gaf 'papa Haydn' het genre de nodige toekomstwijzende impulsen en zocht hij met succes, in de latere werken dan, naar de aflossing van de alleenheerschappij van de piano door een 'democratischer' gesprek tussen drie gelijkwaardige partners.
Geheel anders ligt de situatie bij Johannes Brahms (1833-1897). Medio negentiende eeuw - we schrijven 1854 als Brahms zijn eerste pianotrio voltooit - was het genre mede door Haydn en natuurlijk Beethoven uitgegroeid tot een heus concertgegeven dat virtuose uitvoerders vereiste. En anders dan bij Haydn, wiens vijfenveertig pianotrio's uit verschillende momenten van zijn muzikale carrière stammen, schreef Brahms slechts drie afgewerkte pianotrio's, alle uit de laatste periode van zijn leven. Het eerste trio opus 8, waarvan de première in New York in 1855 plaatsvond, onderwierp Brahms immers in 1889 aan een grondige revisie; het is deze herziene en van jeugdige onvolmaaktheden ontdane nieuwe versie die nu nog steeds wordt uitgevoerd. De andere twee trio's componeerde Brahms respectievelijk in 1882 en 1886. Ondanks hun gering aantal - maar dat geldt voor veel werk van eeuwige twijfelaar Brahms - nemen de pianotrio's binnen zijn kamermuziek een eminente plaats in.
Het derde luik bevat muziek uit deze eeuw, aansluitend bij de drie themacycli van het seizoen: de Amerikaanse, Russische en Midden-Europese reeks.
Het pianotrio van succesvol zakenman en visionair 'zondagscomponist' Charles Ives (1874-1954) past geheel in de Amerikaanse reeks. Hij leefde, tot hij zich in 1930 uit alle maatschappelijke bindingen volledig terugtrok, een waar dubbelleven. Overdag zakenman, 's avonds en altijd wanneer hij niet sliep, componist van stukken die we in alle gebruikelijke genres van de kunstmuziek kunnen onderbrengen, al is hun inhoud vaak verre van conventioneel. Het pianotrio uit 1904-1905 is in dit opzicht typisch Ives: humor, een ruwe componeerstijl die zich uit in een wilde citeerdrift (citaten uit alle mogelijke sociale en muzikale sferen: ragtime, volkslied, gospels en negro spirituals worden door de mangel gehaald) gaan hand in hand met een hoogst moderne veelgelaagdheid aan ritme en melodie. Ives muziek ontsnapt aan iedere categorisering; ze laat de luisteraar verbaasd achter, als haar laatste noot wegsterft weet hij niet goed wat hij nu precies gehoord heeft.
Olivier Messiaens Quatuor pour la fin du Temps geldt als een van de geslaagde pogingen de gruwel en het lijden van de kampen in kunst zoniet te vatten dan toch weer te geven. Qua thematiek sluit het zeker aan bij de Midden-Europese cyclus. Messiaen (1908-1992) componeerde het kwartet in mei 1940 als krijgsgevangene in het kamp van Görlitz. De première vond er op 15 januari plaats voor vijfduizend medegevangenen. De cello had slechts drie snaren en sommige toetsen van de piano zaten klem, en toch, vertelt Messiaen "heb ik nooit meer aandachtige toehoorders gehad dan toen". Voor de uitvoering van dit aangrijpende werk heeft Trio Fontenay een beroep gedaan op een goede vriend van het trio, de Zwitserse klarinettist Eduard Brunner.
Sjostakovitsj' (1906-1975) tweede pianotrio in e, opus 67, is geschreven als nagedachtenis aan de in februari 1944 overleden intieme vriend van de componist, de muziek- en theaterwetenschapper Iwan Sollertinski. Het is een van Sjostakovitsj' meest gebalde en krachtigste kamermuziekwerken. Het staat geheel in de traditie van het Russische pianotrio à la Rachmaninov en Tchaikovski, elegisch bevlogen in het begin, frenetiek en tandenknarsend in de dodendans van de finale.
Werken
Trio voor piano, viool en cello in C, HobXV:27
Trio voor piano, viool en cello nr 3 in c, opus 101
Trio voor piano, viool en cello nr 2 in e, opus 67