Wiener Klaviertrio
Schubert - Schnittke
Ter introductie van dit eerste concert in de reeks kozen we de fragment gebleven Sonate D28. Ze ontstond toen Schubert pas vijftien was, mogelijk onder toezicht van de oude Antonio Salieri en beschikt over de charme van een jeugdwerk, tastend en overmoedig experimenterend.
De aantrekking en verpletterende kracht van het Trio voor viool, cello en piano van de onlangs overleden Alfred Schnittke (1934-1998) is van een geheel andere orde. Dit dramatische werk, dat veelvuldig naar Schubert, Mahler en Berg verwijst en doorspekt is met voor Schnittke's stijl typisch absurdistische en angstaanjagende motieven, is als een spel van licht en donker dat uiteindelijk zacht dooft in een verzoenend pianissimo dat de luisteraar met een ambivalent gevoel achterlaat.
Anders dan het een maand eerder ontstane eerste pianotrio, werd Schubert's tweede pianotrio, opus 100, wel voor publiek uitgevoerd. Naar zijn zeggen werd het op algehele goedkeuring onthaald. Het is robuuster en heeft misschien een nog betere opbouw dan het eerste trio. Het tweede deel, gekenmerkt door het ritme van een dodenmars, behoort tot de meest pakkende muziek die Schubert schreef. De tragiek van het tweede deel wordt in het vierde deel gesublimeerd in een triomfzang op de liefde.
Werken
Sonate voor piano, viool en cello in B, D28
Trio voor piano, viool en cello nr 2 in Es, D929, opus 100
Trio voor piano, viool en cello