Schwanengesang D744 van Romeo Castellucci – misschien wel 's werelds meest toonaangevende, avant-gardistische regisseur – ontleent zijn naam aan Schuberts bekendste liedcyclus. Het was de laatste compositie voor zijn dood in 1828, zijn muzikaal testament. Sopraan Kerstin Avemo staat midden op de scène, merkwaardig ver van pianist Alain Franco. Ogenschijnlijk emotieloos brengt zij het recital van Schubert. De toeschouwer luistert en kijkt, bevreemd in het donker. De tijd verglijdt, de duisternis valt in. Aftakelend keert ze het publiek de rug toe. Waar eerst de zangeres stond, verschijnt nu een actrice. In zijn bekende stijl schudt Castellucci het klassieke liedrecital stevig op. Hoe kan er nog altijd zo'n universele aantrekkingskracht spreken uit deze liederen? Wat begint als een recital ontdaan van alle franje, ontaardt in een confronterende performance over het voyeuristische geweld van de toeschouwer. Met Schwanengesang D744 raakt Castellucci aan de oorsprong van de emotionele kracht van muziek. Meditatief, ontregelend en subliem.