Christoph Marthaler - Klangforum Wien
Pierrot Lunaire - Quatuor pour la fin du temps
De tot de groep van 'Le Parnasse de la Jeune Belgique' behorende dichter Albert Giraud publiceerde zijn Pierrot-gedichten in 1884 in Brussel. Acht jaar later verscheen in Berlijn een vrije Duitse vertaling van Otto Erich Hartleben die het origineel in taalkundige subtiliteit ver overtrof. Het was de herdruk daarvan (München, 1911) met een toegevoegde partituur van vier Pierrot-liederen door Otto Vrieslander die Arnold Schönberg gebruikte voor zijn 'Pierrot Lunaire'. Hij deed dit nadat de rijke actrice en cabaretière Albertine Zehme hem in 1912 had gevraagd om enkele teksten op muziek te zetten. Girauds soms groteske en macabere verzen maken van de pathetische commedia dell'arte figuur Pierrot een maanzieke dwaas, een ongeloofwaardig en onwaarschijnlijk personage. De ironisch-sarcastische toon van de gedichten wordt door de muziek nu eens bevestigd en dan weer ontkend. Taal en muziek zijn als extremen van een scala, waartussen de spreekzang bemiddelt. Schönberg componeerde deze atonale en 'op hol geslagen' liederen voor spreekstem, piano, fluit, klarinet, viool en cello. Zijn idee van 'Sprechgesang' wordt in deze partituur volledig uitgewerkt. Hij legde voor deze vocale partij slechts relatieve toonhoogtes vast, wat een flinke dosis creativiteit van de zanger vereist. De toonhoogtes zitten wel verankerd in een vast ritme en strenge structuren zoals de canon. Het resultaat is een stemgeluid dat balanceert tussen spreken, zingen en schreeuwen en dat zo de hallucinante sfeer van de gedichten weet op te roepen.
Olivier Messiaen inspireerde zich voor 'Quatuor pour la fin du temps' op de passage uit de Apocalyps waarin de engel, neergedaald uit de hemel, het einde der tijden verkondigt. Hij componeerde het werk in 1940 toen hij krijgsgevangene was in Duitsland. De opvallende bezetting voor dit werk - namelijk viool, klarinet, cello en piano - is te wijten aan het beperkte gezelschap waarop Messiaen in die omstandigheden een beroep moest doen. Niet enkel de bezetting maar ook de structuur van dit kwartet is hoogst ongewoon voor kamermuziek: acht aparte bewegingen worden afwisselend door het voltallige ensemble of door één of meerdere solisten vertolkt. Het oneindige en tijdloze krijgt in deze partituur op meesterlijke wijze gestalte. Als katholiek kunstenaar wilde Messiaen immers slechts één ding: de goddelijke eigenschappen van de eeuwigheid voorstellen. Tegelijk reageerde hij met zijn muziek tegen het neo-classicisme dat tijdens het interbellum veel aanhangers had gevonden. Een opmerkelijk gevoel voor klankkleuren en complexe ritmiek maken 'Quatuor', net als Schönbergs 'Pierrot Lunaire', tot één van de belangrijkste kamermuziekwerken van deze eeuw.
In de handen van de Zwitserse musicus-regisseur Christoph Marthaler en zijn scenografe Anna Viebrock wordt de combinatie van deze twee meesterlijke partituren ongetwijfeld een waarachtige muziektheaterbelevenis. Marthaler geldt momenteel niet enkel als één van de interessantste Europese theatermakers, maar zijn theaterbenadering is er bovendien één die uitgaat van de muzikale vorm, het ritme, de herhaling, het wachten. De Pessoa/Faust-regie waarmee hij in november 1995 in deSingel te gast was, illustreerde deze visie haarscherp met een avond theater als een complex strijkkwartet. Naar aanleiding van zijn Nederlands debuut op het Holland Festival 1995 schreef Marian Buijs: "Marthaler ensceneert complete partituren die bestaan uit nauwkeurig getimede bewegingen, klanken, woorden en stilten. Ook wanneer hij teksttheater regisseert, last hij pauzes in en wisselt hij van toonzetting, zodat een eigenzinnige vorm van theater ontstaat die meer in de richting gaat van muziek en beeldende kunst dan van teksttoneel".
Misschien is zijn theater nog het meest verwant aan dat van Pina Bausch. Choreografieën zijn het, waarin elk tijdsbesef verdwijnt en kleine, nauwelijks merkbare verschuivingen een bijna magische sfeer creëren. Pure beeldpoëzie, getoonzet tot in het kleinste detail en wonderschoon van verstilling en ritme, dát is het theater van Marthaler. Wie eenmaal een voorstelling van hem heeft gezien, herkent feilloos zijn handschrift. Zeker sinds hij samenwerkt met vormgeefster Anna Viebrock is zijn stijl nog meer uitgesproken. Zij creëert voor hem theatrale ruimten, vol terloopse verwijzingen naar een voorbije tijd, met ingrediënten uit de werkelijkheid, maar zo onlogisch en vreemd gearrangeerd dat de omgeving op een vanzelfsprekende manier onwerkelijk wordt. Zo'n scenografie houdt de spelers gevangen, als in een wachtkamer waar iedereen hoopt op betere tijden. Nochtans is Marthaler niet uit op een boodschap. Subtiel verleidt hij zijn publiek om letterlijk stil te staan bij wat hij laat zien. Vriendelijk slaat hij het publiek om de oren met woorden, beelden, bewegingen en uiteraard muziek.
Credits
regie
muzikale leiding
kostuums
scenografie
zang
Meer