Luc Bondy
Phèdre
Data
vr 18 dec 1998 - 20:00
za 19 dec 1998 - 20:00
locatie
Rode zaal
taal
Frans. Boventiteling Nederlands
Met 'Phèdre' komt de Zwitserse theater-, film- en operaregisseur Luc Bondy voor het eerst naar Vlaanderen. Na zijn studies bij Jacques Lecoq in Frankrijk, tekende Bondy voor talrijke grootschalige en spraakmakende theater- en operaregies zowel in Duitsland als in Frankrijk. Van 1985 tot 1987 volgde hij Peter Stein op als artistiek directeur van de Schaubühne in Berlijn. Sindsdien werkt hij als onafhankelijk regisseur, met ondermeer creaties voor De Munt, Wiener Festwochen en Salzburger Festspiele. Met Jean Racines 'Phèdre' (1677), naar Euripides' 'Hyppolytus' en Seneca's 'Phaedra', zet hij voor het eerst een klassieke tragedie op de planken. De inhoud van dit stuk, dat handelt over een onmogelijke liefde en de afwezigheid van de vaderfiguur, is voor hem evenwel vertrouwd materiaal. In vorige ensceneringen van Schnitzler, Ibsen en Strindberg kwam immers eenzelfde thematiek aan bod. Phaedra lijdt in het geheim aan een passionele liefde voor haar stiefzoon Hyppolytus. Haar echtgenoot Theseus dood wanend, bekent ze Hyppolytus uiteindelijk haar hartstocht. Verbijsterd besluit deze in vrijwillige ballingschap te gaan. Als Theseus toch opduikt, wil Phaedra's min haar meesteres de schande besparen: ze beschuldigt Hyppolytus van een poging tot verkrachting van Phaedra. Theseus roept de wraak van Neptunus op, met de dood van zijn zoon tot gevolg. Phaedra neemt vergif in en terwijl dit zijn dodelijke werking uitoefent, bekent ze de hele waarheid aan Theseus, die verscheurd achterblijft.
In Racines subtiel psychologisch drama zijn zowat alle personages vruchteloos op de vlucht voor hun noodlot. Achter elk woord schuilt een afgrond, de minste gedachte aan een misstap is even strafbaar als de misstap zelf. Voor Hyppolyte is elke vorm van liefde - van Phèdre, van zijn vader, van zijn geliefde Aricie - een reden om te vluchten. Ook Phèdre vlucht door al van bij aanvang de dood op te zoeken, gekweld door de liefdesgoden. Theseus is een meester in het vluchten: altijd op reis, altijd achter de vrouwen aan, ver weg van de liefde van en voor de zijnen. Het is die vlucht voor de liefde die Luc Bondy in een lumineus, zacht pastel op de scène zet. Een tragedie als een familiedrama in een huis met gesloten deuren waar de emoties van de éne een kettingreactie uitlokken bij de anderen. Vanachter een zwarte sluier spreekt Phèdre, vertolkt door de zeer gracieuze, ontroerend intense Valérie Dréville. Soms ijskoud, soms zwoel, wankelend tussen gelatenheid en revolte, valt zij ten prooi aan een doodsvuur dat haar verbrandt en opwindt tegelijkertijd. Voor de rol van Hyppolyte koos Bondy voor een jong, vrijwel onervaren Chéreau-acteur, wiens onbeholpenheid perfect past bij de onschuldige en onwetende Hyppolyte. De modernste figuur is Theseus, gespeeld door Didier Sandre, die al te bewonderen was in Bondy's 'Le chemin solitaire' van Schnitzler. Hoewel hij verschijnt als een politicus met autoriteit, blijkt hij even kwetsbaar als Phèdre.
Plaats van de actie is eigenlijk het huis van Theseus, maar Racine spreekt veel vaker over "vervloekte landstreek" of "verderfelijke kusten". Het is deze kust vol gevaar die scenograaf Erich Wonder, die eerder met Heiner Müller samenwerkte, als vertrekpunt nam voor zijn scenografie: een laag wit zand langs de zee, en een grote muur die het geheel omringt als was het een gevangenis. Een decor waarvan de openheid bedriegt. Voor de personages is er immers geen uitweg. Geen overwinning op de oevers van de liefde; alleen een verdronken lichaam (de min), een verbrijzeld lichaam (Hippolyte), een vergiftigd lichaam (Phèdre), en een ontoelaatbare rouw.
Werken
Phèdre
Credits
regie
scenografie
licht
kostuums
geluid
Meer