Inne Goris
Nadat Inne Goris via haar stageplaats bij Bronks in aanraking kwam met theater, volgde ze een opleiding tot theaterregisseur en dramadocent aan de Toneelacademie Maastricht. Met 'Niet in staat tot slechte dingen' levert ze bij Bronks haar eerst échte theaterwerk af. Een jaar later creëert de theatermaakster 'Zigzag Zigzag', geïnspireerd op David Grossmans 'Het Zigzagkind'. Daarna gaat ze als dramaturge aan de slag bij Wim Vandekeybus. In 2001-2002 gaat 'Zeven' in première waarmee ze erin slaagt de existentiële onrust te vertalen in een eigengereide theatertaal die krachtig is, uitgepuurd en zindert van de ingehouden emoties. 'Zeven' ontsproot aan haar fascinatie voor sprookjes en hun stilzwijgende, duistere ondertoon. In 2003-2004 produceert ze 'Drie Zusters'. Inne Goris werkte voor deze creatie samen met Bart Moeyaert. Samen kapen ze met deze voorstelling de 1000 Watt Prijs 2003 weg. Datzelfde seizoen komt 'Pride and Prejudice' (Het Toneelhuis, 2003-2004) uit. Met de drie laatstgenoemde voorstellingen ontwikkelde Inne Goris een taal en visie die haar tot de gewaardeerde kunstenares maakt die ze vandaag is. Ze is een eigenzinnige theatermaakster die met haar werk balanceert op de rand tussen performance, beeldende kunst, theater en dans. Na 'Hersenkronkels' (Villanella, 2005-2006) creëert ze 'De dood en het meisje' (Zeven, 2005-2006), 'La petite fille qui aimait trop les allumettes' (Zeven, 2006-2007) en 'Droesem' (ZEVEN, 2007-2008). Door haar medewerking aan de Judaspassie start Inne Goris een artistiek parcours onder de vleugels van LOD. Volgend seizoen volgen 'Medeia' en 'De muur', telkens in samenwerking met Pieter De Buysser. In 2011 staan 'Kindsoldaten' en 'Sneeuw' op het programma.
Laatst aangepast op 24/2/2009.