HomeKonrad Junghänel

Konrad Junghänel

Konrad Junghänel behoort tot de vooraanstaande dirigenten op het vlak van oude muziek. Hij begon zijn carrière als veelgevraagde luitist. Reeds tijdens zijn studies in Keulen werkte hij samen met René Jacobs en met ensembles als Les Arts Florissants, La Petite Bande en Musica Antiqua Köln. Als solist en in kamermuziekverband gaf Konrad Junghänel concerten in Europa, de VS, Japan, Australië, Zuid-Amerika en Afrika. Zijn opnamen van de integrale luitwerken van J.S. Bach en Silvius Leopold Weiss werden met internationale prijzen bekroond. Sinds 1994 is hij professor aan de Hochschule für Musik in Keulen. In 1987 richtte hij het vocale ensemble Cantus Cölln op. Als dirigent wordt Junghänel zowel voor concerten als opera's van barok en vroege Klassiek veelgevraagd. Zo leidde hij de productie 'Combattimenti' met madrigalen van Monteverdi (regie Geoffrey Layton) aan de Nationale Reisopera. Daarop volgde Cavalli's 'La Calisto' (regie Igor Folwill) in Keulen en Mazzocchi's 'La Catena d'Adone' (regie Jakob Peters-Messer) in Innsbruck en Antwerpen. Aan het Theater Basel dirigeerde hij 'Wie liegt die Stadt so wüste' met werken van Schütz, alsook 'Israel in Egypt' van Händel, beide in een regie van Herbert Wernicke. Verder leidde hij aan de Staatsoper Hamburg 'Ein geistliches Bankett', een scènische productie van Bachcantates (regie Ingrid von Wantoch Rekowski) en aan de Staatsoper Hannover dirigeerde hij Purcells 'Hail! Bright Cecilia'. Aan het Theater Basel volgden Händels 'Semele' (regie Karin Beier), Monteverdi's 'L'Incoronazione di Poppea' en Rameau's 'Les Paladins' (regie Nigel Lowery). Op de Göttinger Händelfestspiele in 2006 debuteerde hij in Händels 'Oper Poro' (regie Igor Folwill) en in Mozarts 'Così fan tutte' (regie Uwe Eric Laufenberg) in Potsdam. In 2007 dirigeerde hij Mozarts 'Lucio Silla' (regie Olga Motta) aan de Staatsoper Stuttgart. In 2008 had Junghängel na 'Die Entführung aus dem Serail' (regie Uwe Eric Laufenberg) in Potsdam veel succes met de nieuwe productie van Glucks 'Armida' aan de Komische Oper Berlin (regie Calixto Bieito). In hetzelfde jaar volgden Händels 'Teseo' aan de Staatsoper Stuttgart (regie Igor Bauersima) en 'Orfeo ed Euridice' van Gluck (regie Johannes Erath) aan de Opera van Keulen. In 2010 leidde hij Rameau's 'Les Paladins' (regie Arila Siegert) aan de Deutschen Oper am Rhein Düsseldorf/Duisburg, Purcells 'Dido and Aeneas' aan het Saarländische Staatstheater Saarbrücken, Monteverdi's 'L'Incoronazione di Poppea' (regie Dietrich Hilsdorf) en Mozarts 'Die Entführung aus dem Serail' (regie Uwe Eric Laufenberg). In 2011 en 2012 dirigeerde Junghänel de première van Rameau's 'Platée' (regie Karoline Gruber) aan de Deutsche Oper am Rhein Düsseldorf/Duisburg, 'La Clemenza di Tito' (regie Uwe Eric Laufenberg) en 'Il ritorno d'Ulisse in patria' (regie Bernd Mottl) aan de Opera van Keulen. Met de productie van Händels 'Xerxes' van de Komische Oper Berlin (regie Stefan Herheim) was Junghänel in 2012 ook in Noorwegen te gast.

www.konrad-junghaenel.de

Aangepast oktober 2013.