Randy Weston
Randy Weston (°1926) groeide op in Brooklyn, temidden van de vele clubs waar grootheden optraden als Art Tatum, Nat Cole, Duke Ellington, Bud Powell en Thelonious Monk, wellicht zijn grootste voorbeeld. Weston begon zijn carrière in de late jaren veertig in de rhythm & blues bands van Bull Moose Jackson, Frank Culley en Eddie Vinson. In 1953 werkte hij met Kenny Dorham, het jaar daarop vervoegde hij de band van Cecil Payne. In 1954 werd Randy Weston de eerste moderne jazzsolist die voor het label Riverside mocht opnemen. Vervolgens leidde hij zijn eigen bands, vaak met Copeland, Payne en bassist Ahmed Abdul-Malik. Tijdens enkele bezoeken aan Afrika in de jaren zestig, raakte Weston zo gefascineerd door het Afrikaanse volk en hun cultuur dat hij besloot om zich in 1968 in Marokko te vestigen. Hij leidde er een nachtclub en werkte uitgebreid samen met plaatselijke Berber- en vooral Gnawa-musici. Vanaf 1972 toerde hij weer actief in de Verenigde Staten en Europa met bands met trombonist Benny Powell en saxofonist Talib Kibwe. Sinds zijn succesvolle concert op het internationale jazzfestival van Montreux in 1974 trad Weston steeds meer als solist op. Midden jaren tachtig keerde hij terug naar Marokko, terwijl hij bleef optreden als solist, in duo's en bands in Europa en Japan. Begin jaren negentig hervatte hij zijn carrière in de Verenigde Staten. Hij begon een succesvol partnerschap met arrangeur-tromboniste Melba Liston en hij maakte een tournee met leden van de Gnawa-musici uit Marokko in de Verenigde Staten en in Engeland.
Laatst gewijzigd op 15/4/2004.