Florestan Trio
Data
do 02 feb 2006 - 20:00
locatie
Blauwe zaal
prijs
€20, €15 (-25/65+ €15, €10 / -19 jaar €8)
duurtijd
1u 40' pauze
pauze omstreeks 20.45 uur
Extra info
inleiding Tom Janssens . 19.15 uur . Foyer
In de herfst van 1851, een jaar na de uitvoering van het Tweede Pianotrio, wendde Schumann zich opnieuw tot het genre. Het Derde Pianotrio is zoals veel van Schumanns late werken vaak ondergewaardeerd, als zou de componist, geteisterd door zware zenuwinzinkingen, toen niet meer tot grootse scheppingen in staat geweest zijn. Nochtans bereikt Schumann in het Derde Pianotrio het ideaal dat hij steeds had nagestreefd: een maximale onafhankelijkheid van de drie instrumenten en een zeer hechte thematische eenheid over de delen heen, doordat alle hoofdthema's van een en hetzelfde model afgeleid zijn. De 'Fantasiestücke opus 88' voor pianotrio ontstonden aansluitend op de grote kamermuziekwerken uit 1842, maar Schumann gaf ze pas uit na een grondige herziening in 1850. De componist neemt hier even afstand van de grote cyclische sonatevorm die de werken uit het kamermuziekjaar gekarakteriseerd had en keert terug naar het vluchtige karakterstuk, zoals hij er vroeger al zoveel voor piano geschreven had. Het 'Adagio und Allegro, opus 70' - oorspronkelijk voor hoorn en piano - hoort thuis in een reeks miniaturen voor verschillende solo-instrumenten en piano die Schumann in 1849 in Dresden componeerde. Mogelijk was Schumann geïnspireerd door de nieuwe ventielhoorn van Uhlmann die vanaf 1835 in Duitsland furore maakte. De componist voorzag zelf ook versies voor hobo, viool en cello.
Werken
Trio voor piano, viool en cello nr 3 in g, opus 110
'Fantasiestücke' voor piano, viool en cello, opus 88
'Adagio und Allegro', opus 70 (versie voor cello en piano)
3 Romances voor viool en piano, opus 22
Credits
muzikale uitvoering
piano
viool
cello
in samenwerking met