Pierre-Laurent Aimard
Data
vr 10 sep 2004 - 19:15
vr 10 sep 2004 - 20:00
locatie
Blauwe zaal
prijs
€20, €15 (-25/65+ €15, €10 / -19 jaar €8)
duurtijd
2u 15' Met zijn vierentwintig preludes (1910-1913) knoopt Claude Debussy (1862-1918) aan bij een lange traditie van preludecycli die door Chopin ingezet was, als hulde aan Bachs 'Wohltemperierte Klavier'. In tegenstelling tot deze van Chopin vormen de preludes van Debussy geen samenhangende cyclus, het gaat eerder om een losse opeenvolging van opzichzelfstaande miniaturen met verschillend karakter. Nieuw is ook dat Debussy aan elke prelude een titel gaf, bedoeld om de verbeelding van zowel uitvoerders als toehoorders te prikkelen.
De circa negentig preludes van Alexander Skrjabin (1871-1915) vormen een soort van compositorisch dagboek dat zijn harmonische ontwikkeling goed laat aflezen. Waar zijn vroege preludes nog volop de invloed van Chopin verraden, begeeft hij zich doorheen de latere preludes geleidelijk in de schemerzone tussen tonaliteit en atonaliteit, om tot een volkomen origineel harmonisch idioom te komen gebaseerd op kwartopeenstapelingen. De laatste reeks preludes, opus 74 uit 1914, baadt in de mystische sfeer die zo typisch is voor klankenalchemist Skrjabin.
Achter de titels van de acht preludes van Olivier Messiaen (1908-1992) gaan ware kleurenetudes schuil. Hoewel een jeugdwerk liggen hier reeds de kiemen van Messiaens individuele toonspraak, in de eerste plaats een taal van kleuren of 'son-couleurs', gebaseerd op modale toonladders met beperkte transponeerbaarheid.
Werken
Vijf preludes, opus 74
Acht préludes
Préludes, Boek I
Credits
piano