Zoltan Kocsis
Data
vr 23 jan 2004 - 19:15
vr 23 jan 2004 - 20:00
locatie
Blauwe zaal
prijs
€20, €15 (-25/65+ €15, €10 / -19 jaar €8)
duurtijd
1u 50' Tussen de Sonate in e, opus 90 van Beethoven (1770-1827) en de Sonate in e, D566 van Schubert (1797-1828) bestaan er veel parallellen: zij staan in dezelfde toonaard, zijn eerder intiem van karakter, worden getypeerd door een romantische retoriek en sluiten beide af met een rondobeweging gebaseerd op een lieflijk naïeve melodie. De poëtische draagkracht van beide werken schuilt in de eenvoud van het consequent verwerkte materiaal. Bartóks (1881-1945) Sonate Sz80 geniet een unieke positie in het pianorepertoire van de twintigste eeuw dankzij de gebaldheid, het gebruik van structurele parameters en de heftige moderne toonvoering. Fragmentatie, een techniek die Bartók verder uitwerkt onder invloed van het late werk van Beethoven, staat centraal in het miniaturisch taalgebruik van Kurtág (°1926). In het boek Játékok zoekt Kurtág een speelse omkadering voor kleine composities die historisch refereren aan componisten en muzikale vormen en die op een speelse wijze de nieuwsgierige zoektocht van de componist belichten.
De vijf werken van Liszt (1811-1886) die op het programma staan, tonen hem in al zijn compositorische facetten. Het ene werk is beïnvloed door zijn Hongaarse afkomst, het andere legt het accent op het percussieve. Schilderachtige taferelen worden afgewisseld met introverte, haast mystieke momenten.
Werken
Sonate voor piano nr 27 in e, opus 90
Sonate nr 6 in e, D566
Sonate voor piano, Sz80
Játékok
Hongaarse rapsodie nr 5 in e, S244
Ave Maria
'Les Jeux d'eau de la Villa d'Este' uit 'Années de pèlerinage', S163
Sunt Lacrymae Rerum, S162
Csárdás Macabre, S224
Credits
piano