Op een plateau in een volledig witte ruimte staat een elektrische witte rijstkoker, die zich na verloop van tijd met een mechanische vrouwelijke stem introduceert. Ze vertelt het verhaal van The History of Korean Western Theatre.
Bij de viering van het honderdjarige bestaan van het Koreaanse theater in 2008, besefte de Zuid-Koreaanse theatermaker en componist Jaha Koo dat er eigenlijk geen Koreaanse theatertraditie is: wat ze in Korea als theater beschouwen, is in grote mate bepaald door de Westerse canon. Het doet vragen rijzen over traditie, zelfcensuur en authenticiteit.
In dit sluitstuk van zijn Hamartia-trilogie richt Jaha Koo zich resoluut naar de toekomst. Minutieus legt hij de tragische impact van het verleden op onze levens bloot. En passant wijst hij op de kleine barstjes in het moderne confucianisme: een ideologie die nog steeds het morele systeem, de levenswijze en de sociale relaties tussen generaties in Zuid-Korea bepaalt.