In zijn tweede voorstelling 'terminal' vertrekt de Noorse choreograaf en danser Heine Avdal van de gedachte dat een mens te beschouwen valt als een container waar signalen of aanwezigheden door kunnen reizen. Daarbij was een heel persoonlijke confrontatie met ziekte in zijn familie erg bepalend. Bij een persoon die op sterven ligt manifesteert het 'terminal'- concept zich duidelijk: medische meetapparatuur is in staat om nog een zeker bewustzijn vast te stellen in de vorm van elektrische impulsen, terwijl het lichaam reeds de gedaante heeft aangenomen van een dood voorwerp. Soms lijkt een vreemde aanwezigheid de communicatielijnen van ons zenuwcentrum te onderscheppen, zodat een routineuze handeling ontaardt in een nerveuze samentrekking van de spieren. In de voorstelling wordt het lichaam getoond als een neurologisch systeem waar informatie soms strop loopt. De choreograaf werkte voor deze voorstelling samen met theaterwetenschapper en geluidsontwerper Christoph De Boeck. Het geluidsontwerp voor deze productie tracht dit idee van een spookachtige aanwezigheid te vertalen. Signalen die door de lucht heen reizen, door kamers en door lichamen, worden onderschept, bewerkt en heropgeroepen. Het geluid is verder ontwikkeld door het veelvuldig en herhaaldelijk digitaal bewerken van geregistreerde software- of systeemfouten. Het geheel is een conceptueel sterk doortimmerd werk dat video, foto, muziek en beweging op een bijzondere manier combineert. In 'terminal' glijden de machinale en de menselijke informatieverwerking langs elkaar heen, versmelten ze, en verbreken ze het contact.
Deze voorstelling is uitgesteld.