Voor het slotconcert kiezen Philippe Herreweghe en Collegium Vocale Gent voor een religieuze Bach-cantate, voor hen zeer vertrouwd terrein. 'Komm, du Süße Todesstunde' ging in première op 27 september 1716 in Weimar. De twee blokfluiten, die instaan voor een milde orkestklank, vallen op in de orkestbezetting. De koraalmelodie 'Herzlich tut mich verlangen' speelt een bindende rol. Het verlangen naar de dood vormt overigens de rode draad in alle cantates van dit concert. Voor Bach is de dood helemaal geen triest gebeuren, maar eerder aanleiding voor een hartstochtelijk verlangen en een verstilde vreugde. De piëtistische, bijna romantische cantate 'Liebster Gott, wenn werd' ich sterben' rondt deze avond én de driedaagse dan ook gepast af.