Rotterdams Philharmonisch Orkest - Valery Gergiev
Data
do 11 dec 2003 - 19:15
do 11 dec 2003 - 20:00
locatie
Blauwe zaal
prijs
€35, €30, €25 (-25/65+ €30, €25, €20 / -19 jaar €8)
duurtijd
1u 45' Het Rotterdams Philharmonisch Orkest is en blijft een fantastisch en groots ensemble; voor de orkestmusici is het nagenoeg onmogelijk om onder de baton van een persoonlijkheid als Valery Gergiev niét in vorm te zijn. Na de spectaculaire 'bigger-than-life'-programma's van de vorige jaren zoeken Gergiev en zijn orkest het deze keer deels in een ietwat knussere hoek, deels in het fijnst denkbare twintigste-eeuws kantwerk.
Niet dat we dat 'knusse' moeten overdrijven. De Eerste Symfonie van Sibelius (1865-1957) heeft weliswaar het vriendelijk welopgevoede dat de Fin steevast kenmerkt, toch laten de abrupte stemmingswisselingen en romantische ontboezemingen Gergiev alle ruimte om zijn koortsachtig temperament bot te vieren. De symfonie wordt voorafgegaan door het symfonisch gedicht De dochter van Pohjola (1906) waarvan het programma, net zoals het vaker gespeelde Lemminkainen, aan de Finse bundel Kalevala is ontleend. De dochter van Pohjola werd gecreëerd in Sint-Petersburg, de andere thuishaven van Gergiev, zo rond de tijd dat Sjostakovitsj er geboren werd.
Tenslotte is er Stravinsky's (1882-1971) ballet Agon. De naam staat voor 'strijd', al is dat niet expliciet in het werk te horen. Een onverstoorbaar kabbelend ballet zonder literair draaiboek wordt gevoed door vier maal drie antieke dansen. Stravinsky koppelt een diatonisch klankbeeld aan een seriële structuur. Bijzonder veeleisend in al zijn naaktheid.
Werken
Symfonische fantasie 'De dochter van Pohjola', opus 49
Symfonie nr 1 in e, opus 39
Ballet 'Agon'