'I/II/III/IIII' is een nieuwe theatrale installatie van performancekunstenaar Kris Verdonck. Naar analogie met een poppenkast wordt de scène getransformeerd tot een 'mensenkast': vier 'identieke' danseressen worden opgehangen in een grote 'machine'. In het werk van Kris Verdonck zijn de 'acteurs', de personages die op de scène staan of in de installaties verschijnen, altijd 'tussenwezens': figuren die zich ophouden in de schermerzone tussen mens en machine. Tijdens het werkproces van 'I/II/III/IIII' werd er gezocht naar manieren waarop de danseressen een maximale vrijheid t.o.v. de machine konden verwerven. In zijn regie trachtte Kris Verdonck de tegengestelde krachten van vrijheid en gedetermineerd zijn samen te brengen: hoe ruimte geven aan de danseressen en tegelijkertijd functioneel blijven binnen de eisen/ de grenzen van het object? Vroeg of laat immers stuurt de machine de performers een door haar bepaalde richting uit. Het onderzoek gevoerd in 'I/II/III/IIII' bestond er dus uit - net als in het verhaal van Kleist over de poppenspeler en zijn pop - de machine maximaal te leren kennen en het proces ondergeschikt te maken aan de potentiële bewegingen die zij kan uitvoeren. Wat ten slotte ontstaat is dan inderdaad misschien "een soort ritmische beweging, die erg op een dans lijkt"...
Waar eindigt de mens en waar begint het artificiële, de machine? Zijn wij wel in staat om te gaan met 'de pure herhaling of kopie' van ons zelf?
De beelden die 'I/II/III/IIII' oproept zijn veel gelaagd en verwarrend: het klassieke ballet, de poppenkast, de theatermachinerie van de 17 de eeuw, de marionetachtige acteurs uit het dadaïstische theater van het begin van de 20 ste eeuw ... Een gamma van associaties van zwevende engelen tot meegesleurde karkassen.