Een Faustiaanse afdaling naar de plekken waar de macht zich bevindt. Ergens in het midden, zo lijkt het.
We stellen ons voor dat het alledaags begint. Met een actrice die de beslissing neemt te stoppen met spelen en de politiek ingaat. Waarom niet? En waarom zou de eerste scène zich niet afspelen in restaurant Ostend Queen op de bovenste verdieping van het Kursaal in Oostende, waar zij in een gesprek met haar ex-man haar plannen uit de doeken doet? En waarom zou zich na verloop van tijd niet een ober bij hen voegen? En waarom zou de politica in spe niet op de uitnodiging van deze ober ingaan om nog even naar beneden, naar het casino te gaan? Zo kunnen het stuk, de politica in spe, de ober en de ex-man meteen vervreemden, meteen mee afdalen, om zich te laten verleiden om nobele overtuigingen met lust, hebzucht, hoogmoed en faalangst te vermengen?
De politica in spe zoekt zoals gezegd het midden. Maar ook de ex-man en de ober zoeken het midden. Het midden, dat door iedereen hardnekkig wordt gezocht, maar dat inmiddels even hard – samen met iedereen – verdwijnt.
Beckett Boulevard, een stuk waarvan we weten dat het begint maar niet waar het eindigt. A badly made play.